Art. 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen), Incidentele vorderingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen)
1. Tijdens een aanhangig geding kan iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.
2. Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.