Art. 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen), Algemene beginselen voor procedures
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen)
1. De rechter waakt tegen onredelijke vertraging van de procedure en treft, zo nodig, op verzoek van een partij of ambtshalve maatregelen.
2. Partijen zijn tegenover elkaar verplicht onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen.