Bijlage III Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies: als bedoeld in artikel 12, derde lid
Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies
In geval van (lichte) materiële schade of (licht) persoonlijk letsel, in of buiten het voertuig, wordt het rijden met de ontheffing met directe ingang opgeschort en moet direct melding hiervan worden gemaakt bij de RDW en de wegbeheerder. Het gebruik van de ontheffing mag hervat worden na toestemming van de RDW en wegbeheerder.
- a. De voor het voertuig of de voertuigen afgegeven ontheffing en het -aanvullende- verzekeringsbewijs moeten bij gebruik van de ontheffing aantoonbaar aanwezig zijn.
- b. De in onderdeel a bedoelde documenten mogen aanwezig zijn op een elektronische gegevensdrager.
- a. De houder van de ontheffing is verantwoordelijk en aansprakelijk voor gebreken aan de voertuigen en de eventuele gevolgen daarvan.
- b. De houder van de ontheffing vrijwaart de RDW van aansprakelijkheid.
- 1. Tijdens de proef wordt een logboek bijgehouden met daarin ten minste de volgende onderwerpen:
- a. tijdstippen van rijden;
- b. de totale route, inclusief de handmatig gereden gedeelten;
- c. de naam van de chauffeur;
- d. bijzonderheden (zoals weersomstandigheden, verkeersdrukte);
- e. eventuele schades;
- f. uitgevoerde manoeuvres;
- g. waargenomen fouten, inconsistenties en onvolledige terugmeldingen.
- 2. De aanvrager en gebruikers (bestuurders) van deze ontheffing zijn verplicht om de RDW periodiek het logboek te verstrekken en medewerking te verlenen aan onderzoek omtrent de ervaringen met de inzet van het voertuig of de samenstellen van voertuigen en het gebruik van de ontheffing.
- 1. Elektronische Data Capture Systeem (EDC), dataverstrekking Het apparaat voor de gegevensvastlegging moet ten minste de volgende informatie van een voertuig vastleggen:
- a. de geografische locatie;
- b. of en welke geautomatiseerde functies ingeschakeld zijn;
- c. versienummers software;
- d. de snelheid;
- e. besturingsopdrachten en -activering;
- f. remopdrachten en -activering;
- g. de activatie van een geluidsignaalinrichting;
- h. de plaats op de rijbaan;
- i. de werking van de lichten en richtingaanwijzers;
- j. sensorgegevens over de aanwezigheid van andere weggebruikers of nabije voorwerpen;
- k. van de op afstand gegeven opdrachten die van invloed kunnen zijn op de bewegingen.
- 2. Deze informatie moet periodiek aan de Dienst Wegverkeer worden verstrekt.