Art. 4.20 Comptabiliteitswet 2016, Regelgeving
1. Onze Minister van Financiën stelt voor het Rijk nadere regels over:
a. het inrichten van de rijksbegroting, bedoeld in artikel 2.1, en van de verantwoording van het Rijk, bedoeld in artikel 2.29;
b. het begrotings- en het verantwoordingsproces;
c. de begrotings- en de verantwoordingsinformatie;
d. het begrotingsbeheer en het financieel beheer;
e. de financiële administratie;
f. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de Staat.
2. Onze Minister van Financiën kan voor het Rijk regels stellen over:
a. de samenstelling, de organisatie en de doelen van een periodiek interdepartementaal overleg over financieel-economische aangelegenheden;
b. de samenstelling, de organisatie, de taken en de informatievoorziening van het adviesorgaan van een ministerie met betrekking tot audit- en bedrijfsvoeringsaangelegenheden;
c. het materieelbeheer voor zover dat betrekking heeft op de roerende zaken van het Rijk en de administraties die ten behoeve van dat materieelbeheer worden bijgehouden;
d. het afstoten van overtollige roerende zaken van het Rijk;
e. het toepassen van financiële beleidsinstrumenten;
f. de voorstellen, voornemens en toezeggingen, bedoeld in artikel 3.1, aanhef, en het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en de bedrijfsvoering;
g. de inrichting en het beheer van de agentschappen.
3. De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en het tweede lid, onderdeel f, worden niet vastgesteld, dan nadat daarover op hoofdlijnen overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal is gevoerd.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de taken en de organisatie van het dienstonderdeel van een ministerie dat belast is met financieel-economische aangelegenheden;
b. de taken, de organisatie en de kwaliteitsbeheersing van de Auditdienst Rijk.
5. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan voor het Rijk regels stellen over:
a. het materieelbeheer voor zover dat betrekking heeft op de onroerende zaken van het Rijk en de administraties die ten behoeve van dat materieelbeheer worden bijgehouden;
b. het privaatrechtelijk beheer van de onroerende zaken van het Rijk.