Art. 4.1 Comptabiliteitswet 2016, Begrotingsbeheer en bedrijfsvoering: algemeen

Comptabiliteitswet 2016

1. Onze Ministers, ieder met betrekking tot het beleid dat aan zijn begroting ten grondslag ligt, zijn verantwoordelijk voor:

a. het ontwikkelen, vaststellen en uitvoeren van het beleid;

b. het toezicht houden op het uitvoeren van het beleid;

c. het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid;

d. de in de begroting opgenomen informatie;

e. de in het jaarverslag opgenomen informatie.

2. Onze Ministers die belast zijn met de leiding van een ministerie, ieder met betrekking tot de begroting waarvoor hij verantwoordelijk is, zijn verantwoordelijk voor:

a. de bedrijfsvoering van het ministerie;

b. het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van die bedrijfsvoering;

c. het begrotingsbeheer en de daartoe gevoerde administraties;

d. het financieel beheer en de daartoe gevoerde administraties;

e. het materieelbeheer voor zover dat betrekking heeft op roerende zaken en de daartoe gevoerde administraties.