Bijlage I Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017: procedure beoordeling veiligheid primaire waterkeringen (bijlage bij artikel 1 van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017)
Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017
Uitgegeven door Ministerie van Infrastructuur en Milieu Informatie Helpdesk Water http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/waterveiligheid/primaire/beoordelen-(wbi)/ Uitgevoerd door Rijkswaterstaat, Water Verkeer en Leefomgeving 1 Inleiding 3 1.1 Het Wettelijk beoordelingsinstrumentarium 3 1.2 Signaleringswaarde en ondergrens 3 1.3 Gehanteerde begrippen 3 1.4 Leeswijzer 4 2 De beoordeling op hoofdlijnen 4 2.1 Inleiding 4 2.2 Voorbereiding 5 2.3 Uitvoering 5 2.3.1 Algemeen filter 5 2.3.2 De toetsprocedure 6 2.3.3 Het veiligheidsoordeel 6 2.4 Rapportage 6 3 Uitvoering 7 3.1 Algemeen filter 7 3.1.1 Inleiding 7 3.1.2 Filter op trajectniveau 7 3.1.3 Filter op vakniveau 8 3.2 Toetsprocedure 9 3.2.1 Schematiseren 9 3.2.2 De eenvoudige toets 9 3.2.3 De gedetailleerde toets per vak 10 3.2.4 Toetsoordeel per vak 10 3.2.5 Vervolgstappen 11 3.2.6 Gedetailleerde toets per traject 12 3.2.7 De toets op maat 12 3.2.8 Toetsoordeel per traject 13 3.3 Veiligheidsoordeel 13 4 Rapportage 14 4.1 Inleiding 14 4.2 Rapportageverplichtingen 14 4.2.1 Veiligheidsoordeel 15 4.2.2 Duiding van het veiligheidsoordeel 15 4.2.3 Een overzicht van de te treffen voorzieningen 15 4.2.4 Aanvullende informatie 16 5 Kwaliteitsborging en herleidbaarheid 16 5.1 Inleiding 16 5.2 Schematisering 16 5.3 Beoordeling volgens het algemene filter 16 5.4 Beoordeling volgens de eenvoudige toets en gedetailleerde toets per vak per toetsspoor 16 5.5 Beoordeling volgens toets op maat 16 5.6 Logboek en overige informatie 17 6 Bijzondere beoordelingen 17 6.1 Inleiding 17 6.2 Voorliggende keringen 17 6.2.1 Inleiding 17 6.2.2 Stormvloedkeringen 18 6.2.3 Oosterscheldekering 18 6.2.4 Te beoordelen zijde van voorliggende keringen 18 6.3 Compartimenterende keringen 18 6.4 Keringen langs het Volkerak-Zoommeer 19 6.5 Niet-waterkerende objecten (NWO’s) 19 6.6 Voorlanden 19 6.7 Projecten opgenomen in het programma van het HWBP 19 6.8 Recent opgeleverde projecten 20 6.9 Keringen in het buitenland 20 6.10 Innovatie 20 Appendix A Overzi
- I. Voorbereiding
- II. Uitvoering
- III. Rapportage
- • Het toepassen van het algemene filter (zie paragraaf 2.3.1).
- • Het doorlopen van de toetsprocedure, die bestaat uit verschillende toetsen (zie paragraaf 2.3.2).
- • Het opstellen van het veiligheidsoordeel over het traject (zie paragraaf 2.3.3).
- • De conservatieve schattingen in de beoordelingsmethode afnemen met de volgende toets. De beoordeling moet worden voortgezet in de volgende toets, als niet aan de eisen van de voorafgaande toets wordt voldaan.
- • Het detailniveau van de informatie die de toetsing oplevert met de volgende toets toeneemt. Hoe gedetailleerder het resultaat, hoe nauwkeuriger kan worden bepaald in welke de categorie het veiligheidsoordeel valt.
- • Eenvoudige toets: deze wordt uitgevoerd per vak en per toetsspoor.
- • Gedetailleerde toets per vak: uitgevoerd per vak en per toetsspoor.
- • Gedetailleerde toets per traject: deze toets wordt uitgevoerd voor het gehele dijktraject waarbij vakken of toetssporen worden gecombineerd.
- • Toets op maat: deze toets kan zowel worden uitgevoerd per vak en per toetsspoor als voor het gehele dijktraject.
- • Locatiespecifieke analyses uit te voeren die beter aansluiten bij de lokale situatie of waarnemingen van de beheerder, of
- • Geavanceerde analyses uit te voeren.
- • Het traject is opgenomen in tabel 1 van appendix C, èn
- • De beheerder kan aantonen dat het totaal aan nieuwe inzichten die verwerkt zijn in het WBI 2017 en wijzigingen aan de kering ten opzichte van de situatie die gehanteerd is in VNK, niet leiden tot een substantieel kleinere overstromingskans voor het traject.
- • Het dijktraject is opgenomen in tabel 2 van appendix C, èn
- • De beheerder kan aantonen dat het totaal aan nieuwe inzichten dat verwerkt is in het WBI 2017 en wijzigingen aan de kering ten opzichte van de situatie die is gehanteerd in VNK, niet leiden tot een substantieel grotere overstromingskans voor het traject.
- • Het traject valt in veiligheidscategorie D wanneer het traject is opgenomen in tabel 1 van appendix C.
- • Het traject valt in veiligheidscategorie A wanneer het traject is opgenomen in tabel 2 van appendix C.
- 1: Toepassen van de generieke toetsen voor een vak voor één of meer toetssporen leidt niet tot een betrouwbaar oordeel. De voorschriften in het WBI 2017 zijn vastgesteld voor een breed toepassingsgebied. Dit betekent dat in sommige situaties deze generieke regels niet goed toepasbaar zijn. Ook kan het voorkomen dat het WBI 2017 voor de betreffende situatie geen voorschriften bevat. De beheerder kan gebruik maken van resultaten uit de voorafgaande beoordelingsperiode om aan te tonen dat het WBI 2017 niet leidt tot een betrouwbaar oordeel, als in de vorige beoordelingsperiode de voorschriften niet konden worden toegepast en de voorschriften niet gewijzigd zijn.
- 2: Het direct uitvoeren van een toets op maat leidt met minder inspanning tot een vergelijkbaar resultaat als het toepassen van de voorschriften uit het WBI 2017. Dit criterium biedt mogelijkheden voor de beoordeling van recent versterkte vakken. Een vergelijkbaar resultaat wil zeggen dat het toetsoordeel even betrouwbaar is als wanneer de voorschriften worden gevolgd.
- 1: Het verwachte profiel van de waterkering op de peildatum. Dit is meestal de actuele kruinhoogte en profiel gecorrigeerd voor de zetting en klink en/of de ontwikkeling van voorland of duin die wordt verwacht tot peildatum.
- 2: De verwachte toestand van onderdelen van de waterkering op de peildatum. De verwachte toestand van een waterkering of onderdelen daarvan op peildatum kan bepaald worden op basis van de resultaten van (visuele) inspectie of monitoring en/of op basis van de programmering van de benodigde (onderhouds)maatregelen. Daarbij geldt het volgende:
- • (Onderhouds)maatregelen die zijn opgenomen in de programmering en naar verwachting voor peildatum zijn gerealiseerd, worden als uitgevoerd beschouwd. De betreffende onderdelen van de waterkering worden geschematiseerd in de reeds verbeterde toestand.
- • Onderhoudsmaatregelen die niet zijn opgenomen in de programmering of niet voor de peildatum zijn gerealiseerd, worden buiten beschouwing gelaten. In de schematisering van de waterkering wordt rekening gehouden met de mogelijk verminderde sterkte van de betreffende onderdelen door schade of degradatie. In dergelijke gevallen is het vaak niet mogelijk om op basis van een generieke toets tot een oordeel te komen, maar is een toets op maat nodig.
- 1: Uitvoeren van een gedetailleerde toets per traject Het toetsoordeel wordt aangescherpt door het gebruik van probabilistische benadering op trajectniveau waarbij (onder andere) de faalkansbegroting wordt losgelaten (zie paragraaf 3.2.6). De faaldefinitie en de modellen die hierbij gebruikt worden wijzigen niet. Het resultaat is een oordeel per traject.
- 2: Aanscherpen van de schematisering Het toetsoordeel wordt aangescherpt door het aanscherpen (verfijnen) van de schematisering van de kering of van de geschematiseerde eigenschappen. Dit kan zowel worden overwogen voor de gedetailleerde toets per vak als de gedetailleerde toets per traject.
- 3: Uitvoeren van een toets op maat Het toetsoordeel per vak en per toetsspoor zal in de meeste gevallen zijn bepaald met generieke en breed toepasbare faaldefinities en modellen. Daardoor kan het voorkomen dat het toetsoordeel geen betrouwbaar resultaat geeft voor de specifieke lokale situatie. Het toetsoordeel kan worden aangescherpt door het toepassen van locatiespecifieke kennis of geavanceerde analyses. Gecontroleerd kan worden of met andere rekenmodellen of het aanscherpen van de definitie van falen (die dus dichter bij daadwerkelijk falen ligt, bijvoorbeeld door het meenemen van reststerkte) een scherper beeld kan worden verkregen van de mate waarin de waterkering al dan niet voldoet aan de norm. Als het toetsoordeel niet in overeenstemming is met de kennis en ervaring van de beheerder, dan kan de toets op maat bestaan uit een oordeel, onderbouwd op basis van de kennis en ervaring van de beheerder (beheerdersoordeel).
- 4: Stoppen van de beoordeling De beheerder bepaalt dat de beoordeling van een traject wordt beëindigd. Dit kan als wordt voldaan aan de volgende criteria:
- • De beheerder kan onderbouwen dat het uitvoeren van nadere analyses er niet toe zal leiden dat het toetsoordeel in een andere categorie valt. Nadere analyses zijn bijvoorbeeld de verdere verfijning van de schematisering, het uitvoeren van een gedetailleerde toets per traject of een toets op maat.
- • De beoordeling levert ten minste de in hoofdstuk 4 genoemde informatie voor het opstellen van de rapportage.
- • Als met een kosten-baten analyse kan worden aangetoond dat het aanscherpen van het toetsoordeel niet kosteneffectief is ten opzichte van het uitvoeren van een herstel- of verbetermaatregel. De analyses die nodig zijn voor het aanscherpen van het toetsoordeel kunnen duurder zijn dan de verbetermaatregel. In dat geval heeft verbeteren de voorkeur boven het aanscherpen van het toetsoordeel.
- • locatiespecifieke analyses,
- • geavanceerde analyses, of
- • een oordeel te geven dat gebaseerd is op de kennis en ervaring van de beheerder.
- • Het veiligheidsoordeel.
- • Een duiding van dit veiligheidsoordeel.
- • Een overzicht van de te treffen voorzieningen.
- • Aanvullende informatie:
- – Veiligheidsoordeel ten opzichte van aanvullende eisen aan de waterkeringen
- • De toetssporen en/of dijkvakken die de grootste bijdrage leveren aan het veiligheidsoordeel: wordt het oordeel bepaald door één specifiek dijkvak op basis van één toetsspoor, of zijn er vele dijkvakken of faalmechanismen die gezamenlijk het oordeel bepalen.
- • Invloed van de onderhoudstoestand van de kering op het veiligheidsoordeel.
- • Hebben de bijzondere beoordelingen, zoals van voorliggende keringen, ’Niet-waterkerende objecten (NWO’s) en/of voorlanden, een relevante bijdrage aan het veiligheidsoordeel en zo ja, hoe werken deze door voor het dijktraject.
- • De vakken die niet zijn meegenomen in het veiligheidsoordeel, omdat voor deze vakken een verkenning of planstudie is gestart voor verbetermaatregelen of deze worden gerealiseerd.
- • Beheer en onderhoud
- • Monitoring en inspectie
- • Concrete verbetermaatregelen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen versterkingsprojecten die bij het HWBP worden aangemeld en overige verbeterprojecten buiten het HWBP
- • Calamiteitenorganisatie en dijkbewaking
- • Aanpassen van keur en legger
- • Aanpassen van de beleids- en vergunningsregels als juridische instrumenten ten behoeve van de vergunningverlening en handhaving.
- • Beschrijving van de uitgangspunten bij het schematiseren van de werkelijke situatie (zie referentie bij schematisering, paragraaf 3.2.1).
- • Als is afgeweken van de werkwijze die is beschreven in de schematiseringshandleidingen, moet dit worden gemotiveerd en wordt de gehanteerde werkwijze vastgelegd.
- • Motivering van de gemaakte keuzes bij het schematiseren van de sterkte van en de belasting op de kering.
- • Bij een locatiespecifieke analyse: de uitgevoerde analyse, de daarbij gehanteerde uitgangspunten en de onderbouwing in het logboek.
- • Bij het uitvoeren van een geavanceerde analyse die wordt beschreven in een technische leidraad of achtergrondrapport bij het WBI 2017: de uitgevoerde analyse, de daarbij gehanteerde uitgangspunten en de onderbouwing van de beoordeling in het logboek. Als onderdeel van de onderbouwing kan worden verwezen naar bestaande technische leidraden en achtergrondrapporten als de uitgevoerde analyse. Hierin zijn handvatten voor het toepassen van geavanceerde analyses of modellen opgenomen. In dit geval is het niet nodig de kwaliteit van de analyse aan te tonen, alleen de kwaliteit van de uitvoering.
- • Als de beheerder op basis van zijn kennis en ervaring het resultaat uit de eenvoudige toets of gedetailleerde toets per vak per toetsspoor niet overneemt, moet het oordeel worden onderbouwd met waarnemingen en/of historische gegevens of door een analyse waarvan de kwaliteit is aangetoond.
- • Bij het toepassen van fundamenteel nieuwe kennis die nog niet opgenomen is in technische leidraden: de beheerder moet aantonen dat de nieuwe kennis gevalideerd is en toepasbaar voor de betreffende kering. Hiervoor moet de beheerder ENW om advies vragen. Vervolgens moet de beheerder aantonen dat de nieuwe kennis op de juiste manier is toegepast.
- • Brongegevens als grondboringen en peilen (de keringbeheerder dient deze herleidbaar op te slaan)
- • De ligging van de kering.
- • Voorliggende keringen
- • Compartimenterende keringen
- • Keringen langs het Volkerak-Zoommeer
- • Niet-waterkerende objecten (NWO’s)
- • Voorlanden
- • Vakken op het HWBP
- • Recente opgeleverde projecten
- • Innovatie
- • Is de faalkans in gesloten toestand kleiner dan de norm in de Waterwet, en
- • Wordt voldaan aan de afspraken die zijn gemaakt over de prestatiepeilen in het achterland, die zijn gehanteerd bij het afleiden van de hydraulische belasting?
- 1: Eenvoudige toets: Bij voldoen aan de eenvoudige toets is de bijdrage van de NWO aan de overstromingskans verwaarloosbaar klein.
- 2: Gedetailleerde toets: op basis van modellen wordt bepaald of de bijdrage van de potentieel risicovolle NWO’s aan de overstromingskans klein is ten opzichte van de overige faalmechanismen van de waterkering.
- 3: Toets op maat: op basis van scenario’s wordt de bijdrage in rekening gebracht van het NWO aan de overstromingskans.
- • Afschuiving voorland
- • Asfalt
- • Betrouwbaarheid sluiten kunstwerken
- • Duinen
- • Golfafslag voorland
- • Gras
- • Handleiding datamanagement
- • Hoogte
- • Hoogte kunstwerken
- • Hydraulische condities dijkteen
- • Macrostabiliteit
- • Microstabiliteit
- • Piping
- • Piping kunstwerken
- • Steen
- • Sterkte en stabiliteit kunstwerken
- • Zettingsvloeiing voorland
- • Asfalt
- • Assemblage
- • D-Flow Slide voorlanden
- • D-Soil
- • Gras
- • Hydra-NL
- • Macro
- • Morphan – Duinen
- • Steen
- • Waterstandsverlopen
- • WBI 2017-software