Bijlage 1 Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers: behorende bij artikel 5 van de Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers

Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers

Bij bloedonderzoek naar het bepalen van het gehalte van alcohol of een of meer van de middelen bedoeld in artikel 3 van het Besluit, wordt aan de volgende eisen voldaan: Waarbij: U: De ‘uitgebreide meetonzekerheid’ bias: Intra-laboratorium bias, bepaald d.m.v. het CRM k: Dekkingsfactor 2,3 (behorende bij een eenzijdig 99% betrouwbaarheidsinterval) sCref: Standaardafwijking op het CRM p: Aantal participerende laboratoria waarmee CRM waarde is vastgesteld s: Intra-laboratorium reproduceerbaarheid, bepaald d.m.v. het CRM of eerstelijnscontroles n: Aantal waarnemingen om intra-laboratorium reproduceerbaarheid mee vast te stellen Een minimaal aantal van 20 waarnemingen op CRM is nodig om de intra-laboratorium bias en reproduceerbaarheid vast te stellen. Waarbij: U: De ‘uitgebreide meetonzekerheid’ bias: Intra-laboratorium bias, bepaald d.m.v. het CRM k: Dekkingsfactor 2,3 (behorende bij een eenzijdig 99% betrouwbaarheidsinterval) sCref: Standaardafwijking op het CRM p: Aantal participerende laboratoria waarmee CRM waarde is vastgesteld s: Intra-laboratorium reproduceerbaarheid, bepaald d.m.v. het CRM of eerstelijnscontroles n: Aantal waarnemingen om intra-laboratorium reproduceerbaarheid mee vast te stellen Een minimaal aantal van 20 waarnemingen op CRM is nodig om de intra-laboratorium bias en reproduceerbaarheid vast te stellen.