Art. 1 Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

b. BBRA ‘84: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

c. de minister: de Minister van Economische Zaken;

d. medewerker: de medewerker van de NVWA die op grond van het ARAR in tijdelijke dienst of in vaste dienst is aangesteld;

e. ambulante medewerker: de medewerker wiens functie is opgenomen in bijlage 1;

f. NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

g. oude regeling: de regeling die is vastgelegd in het directieraadbesluit van de Algemene Inspectiedienst van 10 augustus 1999, arbeidsvoorwaarden VIPOL;

h. controleschip: schip waarop toezichthoudende werkzaamheden voor of namens de NVWA worden verricht;

i. roosterdienst: het rooster als bedoeld in artikel 3 van de Werktijdenregeling Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

j. retribueerbaar werk: werkzaamheden die de NVWA op aanvraag van het bedrijfsleven verricht en waarvoor zij een retributie in rekening brengt.