Art. 3.16 Besluit natuurbescherming, Regels inzake het gebruik van het geweer
1. Het is verboden een geweer ter uitoefening van het bepaalde bij of krachtens de wet te gebruiken:
a. voor zonsopgang en na zonsondergang;
b. binnen de bebouwde kom of op terreinen als bedoeld in artikel 3.21, derde lid, van de wet;
c. binnen de afpalingskring van een eendenkooi als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
d. vanaf of vanuit een rijdend motorrijtuig dan wel een ander voertuig, of
e. vanuit een luchtvaartuig.
2. Artikel 3.7, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, ingeval het geweer wordt gebruikt bij de uitoefening van de jacht op wilde eenden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2824
- ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:745
- Rb. Den Haag 19 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8385
- ABRvS 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5865
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4787
- Rb. Oost-Brabant 29 november 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:5950