Art. 6 Regeling Mandaat en machtiging NRGD
Regeling Mandaat en machtiging NRGD
1. Aan de secretaris wordt mandaat verleend om namens het College te besluiten:
a. een aanvraag tot inschrijving in het register af te wijzen voor zover het desbetreffende deskundigheidsgebied nog niet voor inschrijving is opengesteld;
b. een aanvraag tot herregistratie te kunnen afwijzen voor zover deze aanvraag langer dan zes maanden voor het verstrijken van de registratietermijn wordt ingediend;
c. op een verzoek om informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur.
2. Aan de secretaris wordt mandaat en machtiging verleend om namens het College:
a. mondelinge en schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard te verstrekken;
b. ontvangstbevestigingen uit te reiken of toe te sturen;
c. overige correspondentie te voeren;
d. de beslistermijn te verlengen of te verdagen;
e. te besluiten tot het buiten behandeling stellen van een aanvraag in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;
f. adviezen en inlichtingen in te winnen;
g. kennelijke verschrijvingen in besluiten ambtshalve en op verzoek te herstellen.
3. De secretaris kan de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid, ondermandateren aan medewerkers van het bureau.