Art. 56 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten, CG-dispenser

Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

1. Indien een aanwijs- of afdrukinrichting bij meerdere CG-dispensers behoort, wordt ondubbelzinnig aangegeven op welke CG-dispenser de aanwijzing van de inrichting betrekking heeft.

2. Gelijktijdig gebruik van meerdere CG-dispensers met een gezamenlijke aanwijs- of afdrukinrichting wordt verhinderd.

3. Indien een zelfbedieningsinrichting bij meerdere CG-dispensers behoort, wordt op elk van de CG-dispensers een identificatie aangebracht. De identificatie van de CG-dispenser wordt aangewezen op de zelfbedieningsinrichting of afgedrukt.