Art. 3 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten, Algemene bepalingen

Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

Meetinstrumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voldoen na ingebruikneming voorts aan de volgende eisen:

a. zij verkeren in goede staat van onderhoud;

b. zij zijn overeenkomstig de instructies van de fabrikant geïnstalleerd en worden dienovereenkomstig gebruikt;

c. zij worden uitsluitend gebruikt voor metingen overeenkomstig hun bestemming;

d. zij worden zodanig gejusteerd en gecorrigeerd dat aanwijzingsfouten zo dicht mogelijk bij nul liggen.