Art. 12 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten, Algemene eisen

Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

1. Indien een aanwijsinrichting gescheiden van een meetwaardeopnemer is opgesteld, wordt ondubbelzinnig aangegeven op welke statische vloeistofhoeveelheidmeter de aanwijzing van de inrichting betrekking heeft.

2. Bij toepassing van gemeenschappelijke inrichtingen wordt ondubbelzinnig aangegeven op welke statische vloeistofhoeveelheidmeter de aanwijzing of afdruk betrekking heeft.