Bijlage A Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo: behorende bij artikel 7 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv in het mbo

Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo

In deze bijlage wordt verstaan onder: Voor het middelbaar beroepsonderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in vier categorieën ingedeeld: Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (tot 23 jaar) uit het vavo-onderwijs, niet zijnde de leerlingen uit het voortgezet onderwijs die zijn uitbesteed naar een roc (de zogenaamde Rutte-leerlingen), wordt wel geteld per mbo-instelling, maar dit aantal wordt niet meegenomen bij de berekening van het aantal vsv’ers in het kader van de resultaatafhankelijke bekostiging vsv voor het vo en mbo. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters uit het vavo telt wel mee in het landelijk gepresenteerde cijfer. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar in het middelbaar beroepsonderwijs wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule: X= A – (B1+B2+B3)- (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8+C9+C10) - (D1+D2+D3+D4+D5) Waarbij: X = het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar (t) in het middelbaar beroepsonderwijs; A = het aantal jongeren in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum van het studiejaar (t) door de onderwijsinstelling als deelnemer is ingeschreven per categorie in het middelbaar beroepsonderwijs en voor bekostiging wordt meegeteld; B = het aantal jongeren onder B is de som van B1, B2 en B3: B1: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t of voor of op teldatum t + 1 is overleden of geëmigreerd naar het buitenland, zoals geregistreerd in de basisregistratie personen; B2: het aantal jongeren onder A dat woonachtig is in het buitenland of zonder vaste woon- of verblijfplaats op teldatum t of teldatum t + 1; B3: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5, 5a en 15 van de Leerplichtwet 1969 valt en dit als zodanig is bevestigd door de leerplichtambtenaar in het Register vrijstellingen LPW; C het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het da