Art. 5.6 Mandaatbesluit BZK 2016, Beperkingen mandaat directeuren

Mandaatbesluit BZK 2016

1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:

a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal of het diensthoofd ressorterende functionarissen;

b. het aanstellen van een ambtenaar;

c. het verlenen van een gratificatie bij ambtsjubileum;

d. het opleggen van een disciplinaire straf;

e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;

f. het verlenen van ontslag aan een ambtenaar;

g. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;

h. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;

i. het besluiten tot een reorganisatie in de zin van de rechtspositieregeling;

j. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;

k. het vaststellen van de formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;

l. de onderwerpen genoemd in artikel 4.5.

2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap.