Art. 1.1 Mandaatbesluit BZK 2016, Begripsbepalingen

Mandaatbesluit BZK 2016

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. ministerie: het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

c. diensthoofd: een directeur-generaal of de Nationaal Commissaris Digitale Overheid;

d. directeur: de leidinggevende werkzaam binnen een in het Organisatiebesluit BZK 2016 genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder de secretaris-generaal, een directeur-generaal of de Nationaal Commissaris Digitale Overheid;

e. mandaat: de bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;

f. werkterrein: de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2016 en de daarop berustende bepalingen;

g. SG-Cluster: de directies Concernondersteuning, Koninkrijksrelaties, Financieel-economische Zaken, Constitutionele Zaken en Wetgeving, de staf van de Chief Information Officer BZK en BZK Flex en het programma directoraat-generaal Wederopbouw Bovenwindse eilanden;

h. BZK Kerndepartement: de directoraten-generaal Bestuur en Wonen en Overheidsorganisaties, met uitzondering van de agentschappen Logius en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, en het SG-Cluster.