Bijlage 1 Subsidieregeling Tel mee met Taal: behorende bij de artikelen 4 en 11 van de Subsidieregeling Tel mee me Taal. Voorwaarden regionaal of lokaal taalakkoord
Subsidieregeling Tel mee met Taal
- 1. Het taalakkoord wordt getekend door minimaal acht deelnemers, waarvan minimaal: en twee of meer van de organisaties uit de lijst hieronder: Een organisatie die zowel zorgaanbieder als werkgever is, telt slechts mee voor één van deze categorieën. Het is toegestaan om méér dan één partij uit dezelfde categorie te laten tekenen.
- ° één centrumgemeente van een arbeidsmarktregio of minimaal drie niet-centrumgemeenten
- ° één bibliotheek
- ° één onderwijsinstelling (school, mbo-instelling, ho-instelling of private aanbieder van opleidingen met NRTO-keurmerk)
- ° Een zorgaanbieder, zijnde een partij die valt onder de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg. 1Hier is een zorgaanbieder gedefinieerd als een instelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener, zijnde een natuurlijke persoon die beroepsmatig zorg verleent.http://wetten.overheid.nl/BWBR0037173/2016-01-01
- ° Een zorginstelling die valt onder de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning
- ° Een werkgever als bedoeld in artikel 1, onder n, van deze regeling
- ° Vrijwilligersorganisatie
- ° Peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang
- 2. Het taalakkoord sluit aan bij het landelijke doel van het actieprogramma Tel mee met Taal door in te zetten op leesbevordering en op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid en taalachterstanden bij kinderen en volwassenen. Het taalakkoord vertaalt deze landelijke doelstellingen naar concrete, meetbare doelstellingen op lokaal en/of regionaal niveau en beschrijft hoe deze doelstellingen worden gehaald en hoe de voortgang wordt gemeten en geëvalueerd.
- 3. Het taalakkoord beschrijft hoe op lokaal of regionaal niveau voor de aanpak van laaggeletterdheid en leesbevordering een beleidsmatige verbinding tussen taal en de domeinen werk, gezin, onderwijs en gezondheid wordt gemaakt en welke instrumenten hierbij worden ingezet.
- 4. Elke ondertekenaar beschrijft in een individueel prestatiedocument welke acties of activiteiten worden ondernomen om de gezamenlijke doelstellingen te helpen realiseren.
- 5. Het taalakkoord beschrijft een afgebakende tijdsperiode van minimaal 12 maanden.
- 6. Het taalakkoord geeft inzicht in de inzet van middelen en menskracht van alle ondertekenaars ten behoeve van het behalen van de gezamenlijke doelstellingen en de borging in beleid, zodat de effectieve samenwerking ook ná de tijdsperiode van het taalakkoord in stand blijft.
- 7. Bij de uitvoering van het taalakkoord wordt aantoonbaar gebruik gemaakt van: en/of
- ° Een Taalhuis of Taalpunt als centraal punt voor de herkenning, doorverwijzing en/of scholing van cursisten en/of vrijwilligers dat werkt aan de negen bouwstenen van de Koninklijke Bibliotheek, PSO’s en Stichting Lezen & Schrijven (www.taalhuis.nl)
- ° Een programma of methode om leesplezier bij kinderen te vergroten of de taalontwikkeling van kinderen en hun ouders te stimuleren, zoals de methode Taal voor Thuis, of
- ° Het programma De Bibliotheek op School in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, of
- ° Het programma Boekstart in de Kinderopvang