Bijlage 1 Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg': toelichting op de nadere regel
Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg'
Met ingang van 2016 is de tekst uit het ‘spelregeldocument’, dat voorheen werd opgesteld door DBC-Onderhoud, verwerkt in deze bijlage van de nadere regel. Daarnaast zijn zoals gebruikelijk de codelijsten, beroepentabel en dergelijke in bijlagen opgenomen. Met ingang van 1 januari 2015 zijn de zorgzwaartepakketten zzp-ggz B 3 t/m 7 al dan niet met dagbesteding, zzp-ggz Klinisch Intensieve Behandeling, de toeslagen Niet-Strafrechtelijke fz en vervoer naar dagbesteding, overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Daarom zijn per genoemde datum in deze nadere regel ook de voorwaarden met betrekking tot registratie, declaratie en informatieverplichtingen ten aanzien van deze zzp’s ggz opgenomen. De grootste veranderingen voor 2017 zijn bepalingen rondom het regiebehandelaarschap, de invoering van DSM-5, het heropenen van een dbc, de dbc-beroepentabel, vaktherapie, crisis-dbc’s en aanpassingen rondom parallelliteit. Daarnaast zijn de ‘toeslag tolk gebarentaal/communicatiespecialist’ en de ‘toeslag woonzorg jong volwassenen ggz’ toegevoegd. Conform het model-kwaliteitsstatuut ggz (veldnorm die vanaf 1 januari 2017 in werking treedt) wordt het begrip hoofdbehandelaar vervangen voor regiebehandelaar. Dit is in de nadere regel ‘gespecialiseerde ggz’ consequent doorgevoerd. Daarbij wordt op verzoek van partijen (zoals volgt uit het model-kwaliteitsstatuut ggz) onderscheid gemaakt tussen vrijgevestigden en instellingen. Hiervoor wordt aangesloten op classificatiecodes die vastliggen in het AGB-register. Voor vrijgevestigden en instellingen gelden afzonderlijke lijsten met mogelijke regiebehandelaars. Ook dit is verwerkt in de nadere regel ‘gespecialiseerde ggz’. Daarbij is rondom het regiebehandelaarschap een ontheffingsmogelijkheid gecreëerd voor patiënten bij overgang vanuit de Jeugdwet (zorgtype 147). In het geval van deze ontheffingsmogelijkheid kunnen ook de kinder- en jeugdpsycholoog en orthopedagoog generalist voorkomen als regiebehandelaar, evenals de gz-psycholoog werken
- – Verblijf omvat verblijf gedurende een onafgebroken periode van ten hoogste 1.095 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in artikel 2.4, of in verband met chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard als bedoeld in artikel 2.7, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
- – Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de drie jaar.
- – In afwijking van het tweede lid tellen onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof mee voor de berekening van de drie jaar.
- − generalistische basis-ggz
- − lang verblijf Een verblijf in een ggz-instelling van een aaneengeschakelde periode tot en met 365 dagen valt onder de Zvw (artikel 2.10 Bzv)14Wanneer er tijdens de opnameperiode een onderbreking plaatsvindt van hoogstens 30 dagen, worden deze niet als onderbreking beschouwd, maar tellen deze dagen niet mee voor de berekening van de 365 dagen. Voor nadere regelgeving, zie www.zorginstituutnederland.nl. en wordt bekostigd via de dbc-systematiek. Duurt de opname langer dan 365 dagen, dan valt dit als het op behandeling gerichte ggz is nog steeds onder de Zvw, maar vindt bekostiging plaats op basis van zzp’s en niet op basis van dbc’s.
- − forensische zorg Voor de bekostiging van forensische zorg onder het strafrechtelijk kader (fz) gelden aparte registratieregels (dbbc-systematiek). (Zorg die wordt opgelegd in het kader van Jeugdstrafrecht valt vanaf 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid van de gemeenten).
- − zorg na overlijden van de patiënt Zorg die is geboden na de overlijdensdatum van de patiënt, bijvoorbeeld het afronden van een dossier, mag niet geregistreerd worden op een dbc. Deze activiteiten worden volgens de Zvw niet vergoed door de verzekeraar omdat ze niet bijdragen aan de genezing van de patiënt.
- − openbare ggz Zorg die is uitgevoerd in het kader van de openbare ggz, waarbij het gaat om preventie en zorg die niet voortkomt uit een individuele en vrijwillige zorgvraag, mag niet geregistreerd worden op een dbc.
- − collectieve preventie en dienstverlening Zorg die is geboden in het kader van collectieve preventie en dienstverlening, zoals het voorlichten van jongeren over psychiatrische klachten, mag niet geregistreerd worden op een dbc.
- − Registratie: Het registratieproces start op het moment dat een patiënt die is verwezen naar een gespecialiseerde ggz-zorgaanbieder, zich bij de zorgaanbieder meldt met een zorgvraag. Op dat moment wordt meteen een zorgtraject en bij het eerste behandelcontact een dbc geopend. Een zorgtraject volgt het zorgproces voor één primaire diagnose en kan bestaan uit een initiële dbc waarin de primaire diagnose is gesteld en een onbeperkt aantal vervolg-dbc's.
- − Validatie: Als de dbc is afgesloten volgt de validatie. Tijdens de validatie wordt gecontroleerd of de dbc goed en technisch volledig is geregistreerd.
- − Afleiding: Na de validatie wordt via de afleiding bepaald in welke behandelprestatie/productgroep de dbc terechtkomt. Vervolgens wordt de dbc als onderdeel van de factuur naar de zorgverzekeraar van de patiënt gestuurd en worden daarnaast de dbc-gegevens aan het dbc-informatiesysteem (DIS) geleverd.
- – Als een nieuwe patiënt zich aanmeldt. Als een zorgaanbieder over meerdere locaties beschikt en een patiënt alleen van locatie verandert, maar niet van primaire diagnose, dan is er in dat geval géén sprake van een nieuwe patiënt. De regiebehandelaar op de andere locatie mag dan geen initiële dbc openen. Alle geboden zorg op de andere locatie voor dezelfde primaire diagnose moet op de al geopende dbc worden geregistreerd.
- – Als een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de diagnose waarvoor de patiënt al in behandeling is. Let op Er kan sprake zijn van parallelle of opeenvolgende zorgtrajecten. De voorwaarden daarvoor staan vermeld in artikel 3.1.3 op pagina 12, en een nadere toelichting is te vinden in 3.1.3.6 Omgaan met meerdere primaire diagnoses in bijlage I.
- – Als een bekende patiënt voor dezelfde diagnose terug in zorg komt, waarbij er al meer dan 365 dagen zijn verstreken sinds het sluiten van de vorige dbc.
- – Overgang naar andere bekostiging Als een bekende patiënt in behandeling is waarbij deze behandeling wordt bekostigd vanuit een bekostigingsregime anders dan de Zvw, en de bekostiging overgaat naar de Zvw. De openingsdatum van een dbc is dan gelijk aan de datum waarop de eerst(volgend)e directe of indirecte patiëntgebonden activiteit plaatsvindt. Deze overgang is bijvoorbeeld aan de orde als een minderjarige patiënt tijdens de behandeling de 18 jarige leeftijd bereikt, en de bekostiging overgaat van de Jeugdwet naar de Zorgverzekeringswet. Voor die overgang is een apart zorgtype aangemaakt, zie Bijlage 2: Zorgtypen. Een ander voorbeeld is als er sprake is van forensische zorg met strafrechtelijke titel waarbij de strafrechtelijke titel vervalt maar de behandeling wordt voorgezet onder de Zvw.
- – Als een (initiële of vervolg-)dbc 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is, moet een vervolg-dbc met één van de volgende zorgtypen worden geopend: Let op Uitzondering m.b.t. openingsdatum: bij deze zorgtypes is de openingsdatum de dag na het sluiten van de voorgaande dbc.
- – (langdurig periodieke) controle (201)
- – voortgezette behandeling (202)
- – uitloop (203)
- – Als een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 35 dagen na afsluiting van de dbc, moet – als de jaargrens dat mogelijk maakt – de dbc heropend worden. Let op
- – Als een patiënt terug in zorg komt, maar er zijn al 365 dagen verstreken sinds de sluiting van de voorgaande dbc, dan opent de regiebehandelaar weer een initiële dbc.
- – Als in de voorgaande dbc geen diagnose is gesteld en de patiënt komt terug in zorg, moet de regiebehandelaar een initiële dbc openen.
- – Als een zorgaanbieder na second opinion de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder. Deze behandelaar heeft een second opinion uitgevoerd en hiervoor een dbc met het zorgtype ‘second opinion’ (106) geopend en gesloten. In dat geval moet deze regiebehandelaar een vervolg-dbc openen volgend op deze second opinion dbc. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de afgesloten second opinion dbc dezelfde primaire diagnose bevat. Een vervolg-dbc met één van de volgende zorgtypen moet worden geopend: Let op Een initiële dbc met zorgtype ‘second opinion’(106) hoeft niet 365 dagen open te hebben gestaan.
- – (langdurig periodieke) controle (201)
- – voortgezette behandeling (202)
- – uitloop (203)
- – naam patiënt
- – geboortedatum
- – geslacht
- – postcode (wijkcode)
- – burgerservicenummer (BSN)
- – unieke identificatie zorgverzekeraar (conform het UZOVI-register16Unieke ZorgVerzekeraarsIdentificatie is een identificatie van de zorgverzekeraars in Nederland.)
- – Op As 1 is de diagnose 799.9 ‘Diagnose/aandoening uitgesteld’ niet toegestaan.
- – Registreer V71.09 ‘Geen diagnose of aandoening op As 1 aanwezig’ als er geen As 1-stoornis bij de betreffende patiënt aanwezig is.
- – Per persoonlijkheidsstoornis sluiten de antwoordmogelijkheden ‘aanwezig’ en ‘trekken van’ elkaar uit.
- – Op As 2 kunt u wel kiezen voor de code 799.9 ‘Diagnose/aandoening uitgesteld’, maar deze kan nooit de primaire diagnose van de dbc zijn.
- – Registreer V71.09 ‘Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’ als er geen As 2-stoornis bij de betreffende patiënt aanwezig is.
- – Geen of geen relevante diagnose op As 3 Als er geen somatische aandoening aanwezig is of als de somatische aandoening geen consequenties heeft voor de behandeling van de patiënt.
- – Diagnose op As 3 enkelvoudig Als er sprake is van een somatische aandoening die beperkte consequenties heeft. Doe dit dus alleen als deze naar verwachting zorgverzwarend is voor de behandeling van de primaire diagnose.
- – Diagnose op As 3 complex Als er sprake is van een somatische aandoening die veel consequenties heeft dan wel zorgverzwarend werkt voor de behandeling van de As 1- of As 2-stoornis. Van complex is bijvoorbeeld sprake wanneer:
- – een medisch specialistische behandeling door een andere medisch specialist dan de psychiater noodzakelijk is;
- – aanvullende zorg gericht op de somatische aandoening of als gevolg van de somatische aandoening noodzakelijk is. Bijvoorbeeld in geval van doofheid;
- – er een specifieke behandelafdeling (paaz, puk, pmu/gazp/gaaz) nodig is om zorg te kunnen bieden;
- – er sprake is van bepaalde specifieke ziektebeelden, zoals ziekte van Alzheimer of Hypothyreoïdie.
- – Bij openen (tweemaal):
- – De hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Is er geen eerdere GAF-score? Registreer dan de GAF-score bij het begin van de behandeling of maak een inschatting van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar.
- – De GAF-score op het moment van openen van de dbc.
- – Bij sluiten: de GAF-score op de einddatum van de dbc.
- – De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: ‘799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld’ of ‘V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’.
- – Als er bij een diagnose op As 2 ‘Trekken van..’ wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose.
- – De code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).
- – Een vervolg-dbc heeft altijd precies dezelfde primaire diagnose als de voorgaande (initiële) dbc. Deze diagnose kan niet worden aangepast. Dit houdt ook in dat als de primaire diagnose in dezelfde hoofdgroep valt als bij de voorgaande dbc maar niet precies hetzelfde is, een initiële dbc geopend moet worden voor het behandelen van de nieuwe diagnose.
- – Als de primaire diagnose van een openstaande initiële dbc wijzigt wordt de diagnose van die initiële dbc aangepast. Er wordt dus géén nieuwe initiële dbc (en geen nieuw zorgtraject) geopend. Dit geldt zowel bij wijzigen naar een diagnose binnen dezelfde hoofdgroep als naar een diagnose in een andere hoofdgroep.
- – Bij parallelle dbc’s en bijbehorende (reguliere) zorgtrajecten moeten de primaire diagnoses binnen verschillende diagnosehoofdgroepen vallen (zie Tabel 6 Mogelijke parallelle diagnosehoofdgroepen
- – De regiebehandelaar moet kunnen verantwoorden dat tegelijkertijd substantieel verschillende behandelingen worden ingezet.
- – Een patiënt kan bij een instelling of (zelfstandig gevestigde) praktijk maximaal drie openstaande reguliere zorgtrajecten hebben.
- – Voor instellingen met een 24-uurs crisisdienst is het mogelijk om een vierde zorgtraject te openen, alleen wanneer dit een dbc is met zorgtype ‘crisisinterventie zonder opname’ of ‘crisisinterventie met opname’.
- – Er kunnen geen twee crisis-dbc’s parallel lopen.
- – face-to-face contact
- – telefonisch contact
- – schriftelijk/e-mail contact
- – chat, Skype etc.(direct contact via internet)
- – het voorbereiden van een activiteit (bijvoorbeeld van een sessie psychotherapie);
- – verslaglegging in het kader van de activiteit (bijvoorbeeld psychiatrisch onderzoek);
- – hersteltijd na een intensieve behandelsessie.
- – Wanneer medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en somatische beroepen worden ingezet als (mede)behandelaar, is deze inzet niet versleuteld in het tarief van een verblijfsdag. Deze beroepen moeten wel hun bestede tijd registreren aan de hand van de activiteiten- en verrichtingenlijst.
- – De kosten van aanwezigheid- en beschikbaarheidsdiensten van medische of andere beroepen zijn niet meegenomen in het tarief van verblijf. Zij moeten tijdens de diensten uitgevoerde activiteiten en verrichtingen ook met behulp van de activiteiten- en verrichtingenlijst registreren (bijvoorbeeld uitgevoerde activiteiten tijdens een inloopspreekuur).
- – altijd in het kader is van de (psychiatrische) behandeling;
- – terug te vinden is in het behandelplan van de patiënt, dat is opgesteld door de behandelaar.
- – een reguliere dagstructurering die in een 24-uurs verblijfssituatie wordt geboden;
- – een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke.
- – Dagbesteding is in het kader van de (psychiatrische) behandeling.
- – Dagbesteding is terug te vinden in het behandelplan opgesteld door de behandelaar.
- – De patiënt is daadwerkelijk aanwezig.
- – Tijdens dagbesteding kan de behandelaar géén directe patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren. Tijdens de uren dagbesteding worden patiënten namelijk niet behandeld of verpleegd.
- – Dagbesteding mag tegelijkertijd geregistreerd worden met verblijfsdagen met overnachting.
- – Dagbesteding mag niet geregistreerd worden met verblijf zónder overnachting.
- – Verblijfsprestatie vzo: de behandelaar kan, als voldaan is aan de voorwaarden zoals die hieronder zijn benoemd, de deelprestatie vzo registreren.
- – Behandel- en/of diagnostiekactiviteiten: de op die dag uitgevoerde behandel- en/of diagnostiekactiviteiten maken geen onderdeel uit van de verblijfsdag zonder overnachting. De bestede behandeltijd moet geregistreerd worden op de dbc.
- – De deelprestatie vzo mag niet geregistreerd worden als er meer dan vier uren aan direct patiëntgebonden activiteiten20Het gaat hier om daadwerkelijke behandeluren van een patiënt; het gaat hier dus niet om de geregistreerde patiëntgebonden tijd. Voorbeeld: wanneer een patiënt vier uur groepsbehandeling ontvangt (groepsgrootte van 6 personen), worden er voor die patiënt 40 minuten tijd geregistreerd (4 x 10 minuten). Voor het registreren van vzo gaat het echter niet om de tijd die geregistreerd wordt, maar om de daadwerkelijke behandeltijd; namelijk in dit voorbeeld 4 uur. op één dag worden gegeven.
- – De ondersteuning van VOV-personeel is noodzakelijk voor een goed verloop van diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten.
- – Er is geen sprake van aaneengeschakelde behandeling van de patiënt binnen één dagdeel. In dat geval moeten de behandelaren de afzonderlijke behandelactiviteiten of verrichtingen die hebben plaatsgevonden registreren.
- – Vzo mag alleen geregistreerd worden als op dezelfde kalenderdag minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten plaatsvinden die vallen onder de hoofdgroep diagnostiek en/of behandeling of in combinatie met de verrichting ect. Zie Tabel 8 Activiteiten in combinatie met vzo
- – Is dat niet het geval, dan valt de dbc altijd uit in de validatie.
- – Verrichting ect: het aantal behandelingen ect wordt geregistreerd volgens de activiteiten- en verrichtingenlijst.
- – De activiteit electroconvulsietherapie: beroepen die voorkomen op de dbc-beroepentabel registreren de bestede tijd met behulp van de activiteitcode voor ect (Behandeling → Fysische therapie → electroconvulsietherapie).
- – Verrichting ambulante methadon: de behandelaar moet het aantal verstrekkingen ambulante methadon registreren. Dit is één verrichting per maand ongeacht de hoeveelheid methadon en frequentie van de verstrekkingen.
- – De activiteit Farmacotherapie: bij de ambulante verstrekking van methadon moet de behandelaar de bestede tijd registreren op de activiteit ‘farmacotherapie’.
- – Sluitreden 1: als de patiënt:
- – is overleden. In dit geval moet de dbc gesloten worden op de dag van overlijden. Het is niet toegestaan om nog patiëntgebonden activiteiten te registreren na de overlijdensdatum;
- – is verhuisd en niet meer bereid is om te reizen voor de behandeling;
- – langdurig niet meer op is komen dagen;
- – 365 dagen geen zorg heeft ontvangen.
- – Sluitreden 2: als de patiënt voor de behandeling van de primaire diagnose wordt terug- of doorverwezen naar een andere instelling/praktijk.
- – Sluitreden 3: als de behandelaar en patiënt in overleg besluiten dat het behandeltraject voor de desbetreffende primaire diagnose is beëindigd.
- – Sluitreden 5: als de patiënt na de pré-intake, intake of diagnostiek niet in zorg terug komt of als de patiënt in crisis raakt en daarna in reguliere behandeling of uit zorg gaat.
- – Sluitreden 9: als de maximale looptijd van 365 dagen is bereikt (ongeacht of de patiënt gedurende die looptijd wel of niet zorg heeft ontvangen). Er moet een vervolg-dbc worden geopend met één van de volgende zorgtypen: Let op Een uitzondering geldt voor het initiële zorgtype ‘second opinion’ (106). Deze dbc hoeft namelijk niet 365 dagen open te hebben gestaan wanneer een behandeling wordt overgenomen door een behandelaar na het uitvoeren van een second opinion. De initiële dbc met zorgtype ‘second opinion’(106) wordt afgesloten, om te vervolgen met een dbc met één van bovenstaande zorgtypen.
- – (langdurige periodieke) Controle (201)
- – voortgezette behandeling (202)
- – uitloop (203)
- – Sluitreden 10: als de zorg voor een patiënt over gaat naar een andere vorm van bekostiging. Deze sluitreden wordt gebruikt wanneer de behandeling in de gespecialiseerde ggz stopt vanwege de overgang naar een andere bekostigingsgrondslag (bijvoorbeeld Wlz). Daarbij is een aanvullende voorwaarde dat er wordt verwacht dat de behandeling niet (op een later tijdstip) wordt voortgezet in de gespecialiseerde ggz. Wordt voortzetting van de behandeling (op een later tijdstip) wel verwacht, dan blijft de dbc openstaan. Voorbeeld: wanneer de patiënt overgaat vanuit de gespecialiseerde ggz naar een behandeling binnen de forensische zorg en er wordt verwacht dat de patiënt niet meer terugkomt bij de gespecialiseerde ggz-zorgaanbieder voor een behandeling, wordt de dbc met deze sluitreden gesloten. Wanneer de patiënt overgaat vanuit de gespecialiseerde ggz naar een behandeling binnen de forensische zorg, maar het is duidelijk dat de patiënt na het aflopen van de strafrechtelijke titel weer terugkomt in de gespecialiseerde ggz-behandeling bij dezelfde zorgaanbieder, dan mag de dbc niet gesloten worden.
- – Sluitreden 19: Een dbc afsluiten vanwege overgang naar de zzp-systematiek (binnen de Zvw). Dit is het geval na 365 dagen aaneengesloten verblijf. Wanneer de patiënt langer dan 365 dagen aaneengesloten verblijft, moet de dbc gesloten worden en gaat de zorg voor de patiënt over op bekostiging door middel van zzp’s.
- – Nieuwe patiënt Als een patiënt nieuw is in het kader van crisiszorg, opent een behandelaar altijd een crisis-dbc. Let op Heeft de patiënt een regulier zorgtraject lopen en komt de patiënt in crisis bij een instelling waar hij nog niet bekend staat als crisispatiënt, dan moet er altijd een crisis-dbc geopend worden.
- – Bekende patiënt In twee situaties wordt een nieuwe crisis-dbc geopend, wanneer de patiënt al bekend is bij de instelling als een crisispatiënt:
- – Wanneer bij een bekende patiënt een crisis-dbc de maximale looptijd van 28 dagen heeft bereikt, de crisisinterventie nog niet is afgerond, en de behandelaar hiervoor directe en indirecte tijd wil registreren. De openingsdatum van de nieuwe crisis-dbc is dag 29.
- – Wanneer een bekende patiënt terug in crisiszorg komt, en er meer dan 28 dagen zijn verstreken sinds het openen van de vorige crisis-dbc.
- – Als een crisisdienst een patiënt van een andere instelling opvangt en opneemt, een crisis-dbc opent en dezelfde of een van de volgende dagen de patiënt overdraagt aan die ggz-instelling. Registratie: één crisis-dbc, door de ambulante crisisdienst. Na overdracht registratie in een reguliere dbc als dat van toepassing is. Uitzondering: als overdracht plaatsvindt van de één regionale crisisdienst naar een andere regionale crisisdienst.
- – Als een ambulante crisisdienst face-to-face beoordeelt dat er sprake is van crisis conform definitie, een crisis-dbc opent en de patiënt bij dezelfde instelling in zorg komt. Registratie: alles wordt geregistreerd in één crisis-dbc.
- – Als de ambulante crisisdienst telefonische triage doet, er sprake is van crisis conform de definitie en de ambulante crisisdienst doorverwijst door naar een andere instelling met 24 x 7 beschikbaarheidsfunctie. Registratie: andere instelling opent de crisis-dbc. Alles wordt geregistreerd in één crisis-dbc. De ambulante crisisdienst opent géén crisis-dbc.
- – Als de politie een patiënt overdraagt aan een ggz-instelling/paaz/puk met regionale 24 x 7 crisisdienst. Registratie: als er sprake is van crisis conform de definitie: ggz-instelling/paaz/puk opent crisis-dbc.
- – Binnen één instelling kan voor één patiënt maar één crisis-dbc per 28 dagen worden geopend (door validatie afgevangen m.i.v. 1-1-2016).
- – Crisisinterventie zonder opname – 301 N.B.: dit zorgtype mag alleen geregistreerd worden door een 24-uurs crisisdienst met regionale functie. De patiënt komt ambulant voor een crisisinterventie in zorg. De crisisinterventie vindt plaats bij de regionale 24-uurs crisisdienst. Er is geen sprake van opname van de patiënt. Bij een crisisinterventie zonder opname, vinden crisiscontacten plaats voor de stabilisatie van de patiënt, zonder dat de patiënt bij de crisisdienst overnacht. dbc’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie zonder opname’ hebben maximaal een looptijd van 28 kalenderdagen en kunnen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) bevatten.
- – Crisisinterventie met opname – 302 N.B.: dit zorgtype mag alleen geregistreerd worden door een 24-uurs crisisdienst met regionale functie. Het gaat hier om een crisisinterventie met een klinische opname. Dit is aan de orde wanneer een patiënt crisiszorg nodig heeft die wordt geboden door een regionale 24-uurs crisisdienst. Een dbc met dit zorgtype bevat crisiscontacten waarbij een patiënt voor de stabilisatie verblijft in de instelling. dbc’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie met opname’ hebben maximaal een looptijd van 28 kalenderdagen en de dbc moet minimaal één en mag maximaal 28 verblijfsdagen met overnachtingen bevatten.
- – Bij crisiszorg moet er sprake zijn van direct behandelcontact. Er moet dus altijd directe tijd zijn geregistreerd.
- – Op een crisis-dbc mogen alleen crisis-activiteiten geregistreerd worden, en de beschikbaarheidscomponent.
- – Zowel de beschikbaarheidscomponent als crisis-activiteiten moeten worden geregistreerd. Als één van beide ontbreekt, valt de dbc bij controle uit.
- – Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel mogen op de dbc crisisactiviteiten registreren.
- – Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten en verrichtingenlijst staan.
- – Als het in het kader van de continuïteit van de zorg noodzakelijk is, kan op dezelfde kalenderdag een activiteit worden geregistreerd op zowel de crisis-dbc als de reguliere dbc.