Art. 8 Bestuursreglement Autoriteit Persoonsgegevens, Inrichting en besluitvorming

Bestuursreglement Autoriteit Persoonsgegevens

1. De voorzitter bepaalt de tijd en de plaats van een vergadering. De agenda van een vergadering wordt op voorstel van de voorzitter vastgesteld door de collegeleden.

2. De voorstellen en adviezen die aan de vergadering worden voorgelegd, worden voorbereid door of onder verantwoordelijkheid van de collegeleden of de directeur.

3. De directeur ziet toe op een juiste uitvoering van de besluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens en draagt zorg voor een periodieke rapportage daarover aan de Autoriteit Persoonsgegevens.