Bijlage I Vaststellingsbesluit Rijkshuisvestingsstelsel kantoren

Vaststellingsbesluit Rijkshuisvestingsstelsel kantoren

Datum: 22 juni 2016 Inleiding 2 1. Normen, instrumenten en ambities ten aanzien van de kantoorhuisvesting rijksdienst 4 1.1. Werkpleknorm 4 1.2. Ruimtenorm 4 1.3. Bezettingsgraad 4 1.4. Fysieke Werkomgeving Rijk 4 1.5. De drie categorieën gebouwen 5 1.6. Tijd-, Plaats- en Apparaatonafhankelijk Werken (TPAW) 5 1.7. Normenkader beveiliging 6 1.8. Overige huisvestingsnormen 6 2. Matchen vastgoedportefeuille op vraag 6 2.1. Masterplannen kantoorhuisvesting Rijk 6 2.2. Opzegtermijnen gebruiksovereenkomsten kantoren 7 2.3. Verzoeken tot wijziging kantoren 7 3. Beprijzing 7 3.1. Huisvestingsbudgetten 7 3.2. Eenvoudige beprijzing 8 3.3. Wat zit in het tarief? 8 3.4. Hoe is het tarief opgebouwd? 9 3.5. DBFMO in het rijkshuisvestingsstelsel 9 3.6. Risicoverdeling 9 3.7. Boekwaardeverliezen 10 3.8. Egalisatie 10 4. Uitwerking governance in werkprocessen 10 4.1. Kaderstelling 10 4.2. Pand in of uit het stelsel 11 4.3. Actualisatie masterplannen 11 4.4. Jaarlijkse beleidsbrief 12 4.5. Casuïstiek (verzoeken tot wijziging) 12 4.6. Gemandateerd opdrachtgeverschap 12 4.7. Vaststellen tarieven 13 4.8. Leenfaciliteit 13 4.9. Taakverdeling beheer 13 4.10. Monitoring en verantwoording 14 4.11. Stelselevaluatie 14 4.12. Geschillen 14 Bijlage 1: Definities begrippen 14 Bijlage 2: Mandaat- en overlegstructuur 15 Mandaat van de Minister voor Wonen en Rijksdienst 15 Mandaat van de Secretaris-Generaal BZK 15 Mandaten DGOO en directeur IFHR 15 Mandaat Gemandateerd Opdrachtgever 16 Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk 16 Raad voor Bestuur en Justitie en SGO voorportaal 16 Bestuurlijk Overleg Rijksvastgoedbedrijf (BOR) 16 Interdepartementale Commissie Rijks Vastgoed 16 Kaderstellend Overleg Rijkshuisvesting 17 Interdepartementale Commissie Faciliteiten & Huisvesting 17 Interdepartementale Commissie Huisvesting & Faciliteiten 17 In 2011 werd de tweede evaluatie van het rijkshuisvestingsstelsel afgerond met de vaststelling van een kabinetsstandpunt in de Ministerraad. Sindsdien is he