Art. 12 Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen, Regels stations en perrons
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen
Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 3, onderdelen i tot en met l, verricht, houdt zich daarbij aan de volgende regels:
a. er worden geen heiwerkzaamheden, bronbemalingen of graafwerkzaamheden dieper dan 0,60 meter verricht, gemeten vanaf het oppervlak;
b. er wordt ten minste een afstand van 5 meter gehouden vanaf de spanningvoerende delen en in het bijzonder van de bovenleiding, gemeten vanaf de buitenkant van het spanningvoerende deel;
c. er wordt voldoende afstand gehouden van de perronrand;
d. gebruik van kabelgoten of van de elektrische voeding van de beheerder wordt vooraf overeengekomen met de beheerder.