Art. 4.2 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid, (Intrekking AML en Part-66 AML)
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid
1. Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden waarop de intrekking van de AML of de Part-66 AML betrekking heeft, niet uitoefenen.
2. De minister neemt het bewijs van bevoegdheid in en geeft, voor zover het een gedeeltelijke intrekking betreft, een nieuw bewijs van bevoegdheid af.