Art. 4.1 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid, (Schorsing AML en Part-66 AML)

Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid

1. Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de AML of de Part-66 AML betrekking heeft, niet uitoefenen.

2. Om een schorsing op te heffen toont de houder aan dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.