Art. 3.1 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid, (Omzetting Part-66 AML)

Regeling bijzondere bevoegdverklaringen luchtwaardigheid

1. De minister zet op verzoek van de aanvrager de reeds afgegeven nog geldige bijzondere bevoegdverklaringen om naar een Part-66 AML voor vliegtuigen en helikopters met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder.

2. Op de in het eerste lid bedoelde Part-66 AML worden de bijzondere bevoegdverklaringen en bijbehorende beperkingen zodanig vermeld dat deze overeenkomen met de eerder afgegeven bevoegdheden om namens een volgens Part-145 van verordening (EU) 1321/2014, of Part M, subpart F, erkende onderhoudsorganisatie werkzaamheden te mogen vrijgeven.