Bijlage 2 Transportcode gas LNB: vaststellen omvang technische entry- en exitcapaciteit en overboekcapaciteit

Transportcode gas LNB

In Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de omvang van de technische capaciteit en de overboekcapaciteit op entry- en exitpunten bepaalt. Bij het inschatten van vraag en aanbod per gasjaar wordt gebruik gemaakt van verwachtingen ten aanzien van de capaciteit op elk entry- of exitpunt. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op reeds gecontracteerde capaciteit per entry- en exitpunt, aangevuld met onderbouwde schattingen op basis van gegevens van bijvoorbeeld producenten, regionale netbeheerders en beheerders van gasopslagen. De aanleiding om het landelijk gastransportnet aan te passen is meestal terug te voeren tot veranderingen in de capaciteitsprognoses op entry- en exitpunten. De wijze waarop de netbeheerder van het landelijk gastransportnet tot zijn prognoses komt, wordt gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. Planningsuitgangspunten zijn gekwalificeerde keuzes ten aanzien van de technische hoedanigheden van het landelijk gastransportnet of onderdelen daarvan, de fysische hoedanigheden van het te transporteren gas en verwachtingen over het capaciteitsgebruik op een entry- en/of exitpunt en/of combinaties van entry- en exitpunten. Ten aanzien van de technische hoedanigheden gaat het om eigenschappen van het netwerk of installaties in het netwerk of van componenten van installaties. Voorbeelden daarvan zijn maximale gasdruk of gassnelheid die volgen uit veiligheidseisen, werkgebieden van installaties of componenten van installaties, reservestelling van installaties of componenten van installaties en afspraken met afnemers over de condities waarop het gas wordt afgeleverd. Bij fysische hoedanigheden van het gas gaat het onder andere om calorische bovenwaarde, Wobbe index, druk, dichtheid en samenstelling van het gas, waaronder zowel wenselijke als onwenselijke componenten. Het verwachte capaciteitsgebruik op een entry- of exitpunt kan in principe variëren tussen de prognose (d