Bijlage 1 Transportcode gas LNB: kredietwaardigheidseisen
Een partij die erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit wenst te worden dient aan de kredietwaardigheidseisen te voldoen die voortvloeien uit een kredietanalyse uitgevoerd door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet overeenkomstig het bepaalde in deze Bijlage 1, afhankelijk van de risicocategorie waarin deze partij op basis van die kredietanalyse wordt ingedeeld. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert de kredietanalyse als volgt uit: Credit rating Moody’s Credit rating Standard & Poors Risico Categorie Aaa, Aa, A AAA, AA, A Laag Baa1, Baa2 BBB+, BBB Midden Baa3 of lager BBB- of lager Hoog In uitzonderlijke gevallen, zoals bij een “negative outlook” van Moody’s of Standard & Poors, grote verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, extreme uitkomsten van financiële ratio’s, of bijzondere ontwikkelingen binnen het bedrijf of de bedrijfstak, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet er toe over gaan de partij in een hogere of lagere risicocategorie te plaatsen. De totale exposure bestaat uit: Ad 1. De exposure met betrekking tot het contracteren van entry- en exitcapaciteit is op enig moment in een maand gelijk aan de som van: Ad 2. De exposure met betrekking tot balancering wordt berekend als het netto resultaat van de som van: De erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit dient de netbeheerder van het landelijk gastransportnet terstond te informeren over elke verandering of situatie die redelijkerwijs kan leiden tot een andere uitkomst van de kredietanalyse. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit dient, binnen vijf werkdagen na ontvangst van een hiertoe strekkend verzoek van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, aanvullende zekerheden te overleggen indien zich een aanmerkelijke verslechtering van de kredietwaardigheid, vastgesteld op basis van de onder B1.7 aangeleverde informatie en leidend tot een indeling in een ho
- a. Bij het bepalen van de risicocategorie wordt mede rekening gehouden met relaties tot moederbedrijven of gelieerde bedrijven;
- b. Indien sprake is van een gepubliceerde kredietwaardering, wordt de laagste van de kredietwaarderingen zoals gepubliceerd door Moody’s of Standard & Poors gebruikt;
- c. Indien geen gepubliceerde kredietwaardering van de partij beschikbaar is, dan wordt een risicocategorie bepaald op basis van de jaarrapporten (jaarverslag + jaarrekening) van de afgelopen drie jaar. De belangrijkste financiële kengetallen hierbij zijn liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit;
- d. Bij het ontbreken van een gepubliceerde kredietwaardering dan wel de jaarrapporten van de afgelopen drie jaar wordt de erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit ingedeeld in de risicocategorie hoog.
- 1. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit die door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt ingedeeld in risicocategorie hoog dient financiële zekerheid te verschaffen. De hoogte van de kredietlimiet is in dat geval gelijk aan de hoogte van de afgegeven financiële zekerheid.
- 2. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit die door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt ingedeeld in risicocategorie laag of midden kan ervoor kiezen aanvullende financiële zekerheid te verschaffen om zijn kredietlimiet te verhogen.
- 3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet maakt de financiële zekerheden die hij in elk geval accepteert bekend op zijn website. De geldigheidstermijn van de financiële zekerheid dient minstens vier maanden langer te zijn dan de einddatum van het contract.
- 4. De aangeslotene met exitcapaciteit dient uiterlijk twee maanden voor de ingangsdatum van het contract financiële zekerheid te verschaffen.
- 5. Voor een erkende programmaverantwoordelijke met een erkenning LB dient de financiële zekerheid geldig te zijn vanaf het moment dat de erkende programmaverantwoordelijke een erkenning LB krijgt tot 4 maanden na intrekking van de erkenning LB.
- 1. de exposure met betrekking tot het contracteren van entry- en exitcapaciteit; en
- 2. de exposure met betrekking tot balancering.
- 1. de betalingsverplichting (inclusief btw) voor die maand voortvloeiend uit de contracten van within-day-, dag- en maandcapaciteitsproducten; en
- 2. 3 maal de betalingsverplichting (inclusief btw) voor die maand voortvloeiend uit de contracten van kwartaal- en jaarcapaciteitsproducten; en
- 3. de betalingsverplichting (inclusief btw) voortvloeiend uit facturen die langer dan 60 dagen open staan.’
- 1. de actuele waarde van het portfolio onbalans signaal vermenigvuldigd met de neutrale gasprijs zoals beschreven in 4.1.6.4; en
- 2. de openstaande bedragen (al dan niet gefactureerd) (inclusief btw) naar aanleiding van de inzet van WDM-transacties; en
- 3. de openstaande facturen (inclusief btw) in verband met de verrekening van afwijkingen tussen de comptabele allocaties en de near real time waarden conform 4.1.6; en
- 4. de openstaande bedragen (al dan niet gefactureerd) (inclusief btw) naar aanleiding van de Linepack Flexibility Service.
- 1. Voor elke erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit stelt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een initiële kredietlimiet vast op basis van een analyse van financiële documenten. De aangeslotene met exitcapaciteit krijgt een vrijstelling van € 60.000,– per maand. Zolang de transportboeking van de aangeslotene met exitcapaciteit binnen deze vrijstelling blijft, vindt er geen financiële analyse plaats.
- 2. Ten behoeve van de financiële analyse verschaft de erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit informatie aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aangaande:
- a. de structuur van de groep van bedrijven waartoe de erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit behoort;
- b. het uiteindelijke moederbedrijf, en
- c. de door een accountant goedgekeurde jaarrekeningen van de afgelopen 3 jaar, inclusief balans, winst en verliesrekening, kasstromen en toelichting bij de jaarstukken.
- 3. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan contracten afsluiten met de netbeheerder van het landelijk gastransportnet totdat de kredietlimiet is bereikt.
- 4. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit die wordt ingedeeld in risicocategorie hoog heeft een kredietlimiet die gelijk is aan de afgegeven financiële zekerheid.
- 5. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit die wordt ingedeeld in risicocategorie midden heeft een initiële kredietlimiet die overeenkomt met een percentage van 3% van het eigen vermogen minus immateriële vaste activa en kan eventueel zijn kredietlimiet verhogen door aanvullende financiële zekerheid te verstrekken.
- 6. Een erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit die wordt ingedeeld in risicocategorie laag heeft een initiële kredietlimiet die overeenkomt met een percentage van 6% van het eigen vermogen minus immateriële vaste activa en kan eventueel zijn kredietlimiet verhogen door aanvullende financiële zekerheid te verstrekken.
- 7. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt een bedrag van € 100.000 ten laste van de actuele kredietruimte als standaard onbalansreservering.
- 8. In uitzonderlijke gevallen, zoals extreme uitkomsten van financiële ratio’s of bijzondere ontwikkelingen binnen het bedrijf of de bedrijfstak, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet er toe over gaan om de partij een hogere of lagere kredietlimiet toe te kennen.
- 9. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verschaft de erkende programmaverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit op verzoek informatie over de actuele kredietruimte. De actuele kredietruimte is het verschil tussen de kredietlimiet en de exposure. Zolang de exposure lager is dan de kredietlimiet is er sprake van kredietruimte.
- 10. Voor erkende programmaverantwoordelijken en aangeslotene met exitcapaciteit in risicocategorie laag of midden kan op basis van de operationele cashflow en de winst een hogere of lagere kredietlimiet toegekend worden:
- a. indien de nettowinst positief is, wordt de initiële kredietlimiet verhoogd met 10%;
- b. indien de nettowinst negatief is, wordt de initiële kredietlimiet verlaagd met 10%;
- c. indien de operationele cashflow positief is, wordt de initiële kredietlimiet verhoogd met 5%;
- d. indien de operationele cashflow negatief is, wordt de initiële kredietlimiet verlaagd met 5%.
- 1. De hoogte van de kredietlimiet moet minstens de exposure dekken.
- 2. Voor partijen in elke risicocategorie zijn onverwijld aanvullende financiële zekerheden vereist als de exposure boven de kredietlimiet komt.
- 3. Indien op enig moment de exposure de kredietlimiet overschrijdt dan kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet (her)nominaties van de erkende programmaverantwoordelijke geheel of gedeeltelijk afwijzen met het oogmerk de overschrijding van de kredietlimiet te beperken en daarmee mogelijke financiële schade voor de markt te voorkomen dan wel te beperken. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet overgaat tot het afwijzen van (her)nominaties dan streeft hij er naar om alle erkende-programmaverantwoordelijken binnen 4 uren op de hoogte te stellen.
- 4. Indien op enig moment de exposure de kredietlimiet substantieel overschrijdt dan voldoet de programmaverantwoordelijke niet langer aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3.2.0 van de Transportcode LNB en kan intrekking van de erkenning op grond van artikel 3.3.2 onverwijld volgen.
- 5. Van een substantiële overschrijding van de kredietlimiet is sprake indien:
- a. De exposure de kredietlimiet met 100.000 euro of meer overschrijdt of
- b. De exposure de kredietlimiet met meer dan 5% overschrijdt of
- c. De exposure de kredietlimiet langer dan 24 uur overschrijdt.
- 6. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet overgaat tot het intrekken van de erkenning dan zal hij daar aan voorafgaand, zo spoedig mogelijk alle erkende programmaverantwoordelijken, alle leveranciers en ACM informeren.