Bijlage 3 Meetcode elektriciteit: voorschrift voor het ontwerpen, installeren en controleren van comptabele meetinrichtingen voor elektrische energie en blindenergie
B3.1.1.1 Voor meetinrichtingen aangesloten op hoogspanning geldt: Het nominale meetvermogen van een meetinrichting is het schijnbaar vermogen te berekenen uit de nominale primaire spanning van de spanningstransformatoren en de nominale primaire stroom van de stroomtransformatoren. Voor spanningstransformatoren in Yy0-schakeling geldt: en voor spanningstransformatoren in Dz0- en Dy11-schakeling: B3.1.1.2 Voor meetinrichtingen aangesloten op laagspanning, via stroomtransformatoren geldt: Bij een nominale spanning van 3x230/400 V geldt dus: Deze definities gelden onder de volgende voorwaarden: Indien in andere gevallen dan onder b aangegeven stroomtransformatoren zijn toegepast die tot meer dan 120% van hun nominale stroom voldoen aan de eisen van de norm genoemd in B3.2.1.1, onderdeel e, wordt het nominale meetvermogen berekend op basis van de maximale stroom van deze stroomtransformatoren minus 20%. B3.1.1.3 Voor meetinrichtingen aangesloten op laagspanning, niet via stroomtransformatoren geldt: B3.1.1.4 De betekenis van de in B3.1.1.1 tot en met B3.1.1.3 gebruikte symbolen is: I str-pr,nom nominale primaire stroom van stroomtransformator I kWh-meter,max maximale stroom (Imax) van kWh-meter S meet,nom nominaal meetvermogen van meetinrichting U LS,nom nominale fasespanning van het laagspanningsnet U sp-pr,nom nominale primaire spanning van spanningstransformator B3.2.1.1 De volgende normen zijn van toepassing op het ontwerpen en het installeren van meetinrichtingen: B3.2.1.2 Met de in artikel B3.2.1.1 bedoelde meetinrichting wordt gelijkgesteld een meetinrichting, die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of Turkije dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die voldoet aan eisen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de normen en wettelijke regelingen als genoemd in artikel B3.2.1.1.
- a. De stroomtransformatoren voldoen tot 120% van hun nominale stroom aan de eisen van de norm genoemd in B3.2.1.1, onderdeel e.
- b. De stroomtransformatoren in installaties waarin kortstondig hogere stromen kunnen optreden, voldoen tot meer dan 120% van hun nominale stroom aan de eisen van de norm genoemd in B3.2.1.1, onderdeel e.
- a. NEN-EN-IEC 62052-11:2003: “Apparatuur voor elektriciteitsmeting (AC) – Algemene eisen, proeven en beproevingsomstandigheden – Deel 11: Meetapparatuur”;
- b. NEN-EN-IEC 62053-21:2021: “Apparatuur voor elektriciteitsmeting (wisselstroom) – Algemene eisen – Deel 21: Statische meters voor actieve energie (klasse 1 en 2)”;
- c. NEN-EN-IEC 62053-22:2021: “Apparatuur voor elektriciteitsmeting (wisselstroom) – Algemene eisen – Deel 22: Statische meters voor actieve energie (klasse 0,2 S and 0,5 S)”;
- d. NEN-EN-IEC 62053-23:2021: “Apparatuur voor elektriciteitsmeting (wisselstroom) – Algemene eisen – Deel 23: Statische meters voor reactieve energie (klasse 2 en 3)”;
- e. NEN-EN-IEC 61869-1: 2009: “Meettransformatoren – Deel 1: Algemene eisen” en NEN-EN-IEC 61869-2:2012: “Meettransformatoren – Deel 2: Aanvullende eisen voor stroomtransformatoren”;
- f. NEN-EN-IEC 61869-3:2011: ‘Meettransformatoren – Deel 3: Aanvullende eisen voor Inductieve spanningstransformatoren’;
- g. NEN-IEC 60050-300:2001: “Internationale elektrotechnische woordenlijst Elektrische- en elektrotechnische metingen en meetinstrumenten Deel 311: Algemene termen met betrekking tot metingen; Deel 312: Algemene termen met betrekking tot elektrische metingen".
- a. de secundaire bekabeling te bundelen en zo kort mogelijk te houden
- b. voldoende afstand te houden tussen de secundaire bekabeling en hoogspanningsgeleiders
- c. kruisingen met hoogspanningsgeleiders loodrecht uit te voeren.
- a. de toevoer- en retourleiding van ieder stroommeetcircuit te bundelen. In het geval van een gemeenschappelijke retourleider worden de drie toevoerleiders en de retourleider gebundeld
- b. deze bekabeling van het secundaire stroommeetcircuit zo kort mogelijk te houden
- c. voldoende afstand te houden tussen deze secundaire bekabeling en hoogspanningsgeleiders
- d. kruisingen van deze secundaire bekabeling met hoogspanningsgeleiders loodrecht uit te voeren.
- a. het uitwisselen en het transport van de meter heeft plaatsgevonden overeenkomstig een procedure die deel uitmaakt van het gecertificeerde kwaliteitssysteem van de netbeheerder, de meetverantwoordelijke of de opdrachtnemer en
- b. de voor de meter geldende controlecyclus van 6 jaar wordt gecontinueerd als bedoeld in B3.3.3.1.
- a. het uitwisselen en het transport van de meter heeft plaatsgevonden overeenkomstig een procedure die deel uitmaakt van het gecertificeerde kwaliteitssysteem van de netbeheerder, de meetverantwoordelijke of de opdrachtnemer en
- b. de voor de meter geldende controlecyclus van 6 jaar wordt gecontinueerd als bedoeld in B3.4.3.1.