Art. 4.3.6.11 Meetcode elektriciteit, Nauwkeurigheidseisen aan meetinrichtingen die niet onder de Metrologiewet vallen
De in 4.3.6.1 tot en met 4.3.6.10 genoemde waarden voor de maximaal toelaatbare afwijking gelden onder de volgende omstandigheden:
a. de temperatuur in de ruimte waarin de kWh-meter(s) en eventuele kvarh-meter(s) zich bevinden is niet lager dan -10 °C en niet hoger dan 45 °C;
b. de afwijking van de netfrequentie van de nominale waarde bedraagt ten hoogste 1%;
c. de afwijking van de netspanning van de nominale waarde bedraagt ten hoogste 10%.