Art. 5.37 Omgevingswet, (normadressaat omgevingsvergunning en aanwijzing vergunninghouder)
1. Een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft. Diegene is vergunninghouder en draagt zorg voor de naleving van de vergunningvoorschriften.
2. Als een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, informeert de aanvrager respectievelijk de vergunninghouder ten minste vier weken van tevoren het bevoegd gezag daarover. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gegevens die daarbij worden verstrekt.
3. In afwijking van het eerste lid, eerste zin, kan het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning bepalen dat deze alleen geldt voor degene aan wie zij is verleend, als de persoon van de vergunninghouder van belang is voor de toepassing van de regels over het verlenen of weigeren van de omgevingsvergunning.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Valk 26 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:187
- Rb. Oost-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5990
- Rb. Overijssel 28 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5772
- Rb. Overijssel 13 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5318
- Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6238
- Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6149
- Rb. Oost-Brabant 11 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1073
- Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3891
- Rb. Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:259
- Conclusie A-G Lindenbergh 27 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:991