Art. 1 Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs, Begripsbepalingen

Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

c. Inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

d. instelling voor hoger onderwijs: instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a of b, van de wet;

e. bekostigde instelling voor hoger onderwijs: bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de wet;

f. bestuur: instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;

g. hoger beroepsonderwijs: hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, van de wet;

h. opleiding: associate degree-opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel b en bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de wet;

i. vervallen;

j. deeltijds: deeltijds als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de wet;

k. duaal: duaal als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de wet;

l. studiepunt: studiepunt als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de wet;

m. onderwijs- en examenregeling: onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13 van de wet;

n. experiment: experiment als bedoeld in artikel 2;

o. deelnemende instelling: instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7, eerste lid;

p. toegelaten opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7, tweede lid;

q. vervallen;

r. voucher: subsidie als bedoeld in artikel 3 van de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs;

s. module: hoger onderwijs als bedoeld in artikel 3 van de Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs;

t. instellingscollegegeld: instellingscollegegeld als bedoeld in artikel 7.46 van de wet;

u. collegegeldverlaging: collegegeldverlaging, bedoeld in artikel 2, eerste lid.