Art. 17e Wet bescherming klokkenluiders, Beschermingsmaatregelen tegen benadeling
Wet bescherming klokkenluiders
Een melder mag tijdens en na de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat bij de melding aan de werkgever, een bevoegde autoriteit of een bestuursorgaan, dienst of andere bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2j, de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4486
- Rb. Midden-Nederland 5 maart 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1257
- Conclusie A-G Drijber 22 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1260
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5575
- Rb. Rotterdam 21 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2720
- Rb. Overijssel 6 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5995
- Rb. Noord-Nederland 26 juli 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5465
- Rb. Midden-Nederland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6068
- Rb. Midden-Nederland 3 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4082
- Rb. Limburg 15 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4733
- Rb. Limburg 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:8647
- Rb. Limburg 7 mei 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10634
- Rb. Limburg 21 juni 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:3829
- Rb. Gelderland 4 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4600
- Rb. Gelderland 4 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11340
- Hof Amsterdam 29 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2742