Bijlage 1 Regeling groenprojecten 2016: bij artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f
Om voor een groenverklaring in aanmerking te komen, voldoet een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f, aan de volgende vereisten:
- 1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Maatregelen agrarisch natuurbeheer met grote impact.
- 2. De agrariër is de projectbeheerder, bedoeld in de Regeling groenprojecten 2016.
- 3. Een agrariër voert ten minste de beheeractiviteiten die zijn beschreven in het Overzicht Beheerpakketten1De gedetailleerde omschrijving van de activiteiten is opgenomen in het Overzicht Beheerpakketten ANLb 2016 versie 1.4 van 1 mei 2015 van SCAN. uit op gronden die de agrariër in gebruik heeft op:
- a grasland met rustperiode van tenminste 12 weken;
- b inundatie van ten minste vier weken;
- c kruidenrijk grasland;
- d botanisch waardevol grasland;
- e wintervoedselakker;
- f vogelakker;
- g bouwland voor hamsters;
- h kruidenrijke akker;
- i kruidenrijke akkerranden;
- j insectenrijk graslandbeheer;
- k insectenrijke graslandrand.
- 4. Schriftelijk wordt vastgelegd dat een activiteit als bedoeld in 3 voor minimaal vijf aaneenvolgende jaren worden uitgevoerd.
- 5. In geval van een activiteit als bedoeld in 3, aanhef en onder a tot en met d, j of k, dan wel een combinatie van deze activiteiten komt een project slechts voor een groenverklaring in aanmerking indien: Bij de aanvraag voor een groenverklaring wordt de subsidiebeschikking ANlb2016 en het contract tussen de agrariër en de subsidieontvanger ANlb2016 gevoegd.
- a. de betreffende percelen ook in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de provinciale Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer 2016; en
- b1. de activiteiten worden uitgevoerd op tenminste 5% van de oppervlakte van de grond die in gebruik is door de agrariër en er sprake is van tenminste twee verschillende activiteiten; of
- b2. De activiteiten worden uitgevoerd op tenminste 20% van de oppervlakte van de grond die in gebruik is door de agrariër.
- 6. In geval van een activiteit als bedoeld in 3, aanhef en onder e tot en met i, dan wel een combinatie van deze activiteiten en indien de betreffende percelen ook in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de provinciale Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer 2016 komt een project slechts voor een groenverklaring in aanmerking als de activiteiten worden uitgevoerd op ten minste 5% van de oppervlakte van de grond die in gebruik is door de agrariër. Bij de aanvraag van een groenverklaring wordt de subsidiebeschikking ANlb2016 en het contract tussen de agrariër en de subsidieontvanger ANlb2016 gevoegd.
- 7. In geval van een activiteit als bedoeld in 3, aanhef en onder e tot en met i, en indien de betreffende percelen niet in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de provinciale Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer 2016 worden geen vereisten gesteld aan het percentage van de grond waarop de activiteiten worden uitgevoerd. Bij de aanvraag van een groenverklaring wordt het contract tussen de agrariër en de organisatie die beschikt over een certificeringsregeling als bedoeld in artikel 2.19 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB en die door de Minister als zodanig zijn benoemd, gevoegd.
- 8. Indien er een eis wordt gesteld dat activiteiten worden uitgevoerd op ten minste 5% of 20% van de grond die de agrariër in gebruik heeft, geldt dit percentage slechts op het moment dat de groenverklaring wordt aangevraagd.
- 9. De omvang van een project is beperkt tot de oppervlakte waarop een activiteit als bedoeld in 3 wordt uitgevoerd.
- 10. Het projectvermogen is beperkt tot de boekwaarde van de grond waarop een activiteit als bedoeld in 3 wordt uitgevoerd.
- 11. De looptijd van een groenverklaring is beperkt tot 31 december 2021.