Bijlage 3 Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016: behorende bij de Regeling vaststelling modellen kwalificatiedossier en keuzedeel en toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
Deze instructie bevat de richtlijnen voor de ontwikkeling van kwalificatiedossiers, verantwoordingsinformatie, keuzedelen en certificaten. De instructie behoort bij het model ‘kwalificatiedossier mbo’, het ‘model keuzedeel’ en het ‘model mbo-certificaat voor een beroepsgericht onderdeel’. In de instructie zijn de criteria uit het Toetsingskader voor de kwalificatiestructuur mbo gespecificeerd naar de eisen die aan de onderdelen van de kwalificatiestructuur gesteld worden en de invulling van de vastgestelde formats voor de kwalificatiestructuur. De producten van de kwalificatiestructuur worden hierop getoetst door de Toetsingskamer. Dit document wordt daarmee vooral gebruikt door het team SBB Kwalificatiestructuur en geeft ook andere betrokkenen inzicht in waar de producten van de kwalificatiestructuur aan moeten voldoen. Dit document bestaat uit vier delen: Het kwalificatiedossier, het keuzedeel en de eisen aan mbo-certificaten worden vastgesteld door de Minister van OCW. Dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie. Een kwalificatiedossier bevat één of meer kwalificaties die gezamenlijk een beroepengroep vormen. Een beroepengroep is een groep beroepen die essentiële werkprocessen en competenties delen. Het kwalificatiedossier bevat de diploma-eisen die gelden voor de beginnend beroepsbeoefenaar in het middelbaar beroepsonderwijs. Het gaat daarbij om zowel de beroepsgerichte eisen als de generieke eisen voor taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en Engels (alleen voor niveau-4 kwalificaties). Voor alle onderdelen van het kwalificatiedossier geldt dat deze consistent en transparant uitgewerkt worden. Dat betekent dat daarbij het uitgangspunt geldt, zoals beschreven in artikel 4.8 van het Toetsingskader dat ‘gelijke en vergelijkbare beroepsuitoefening is in de kwalificatiestructuur gelijk en vergelijkbaar beschreven’. Dit uitgangspunt geldt zowel binnen het kwalificatiedossier als tussen de kwalificatiedossiers onderling. In dit hoofdstuk worden in de volgorde va
- 1. Het eerste deel bevat de richtlijnen voor de uitwerking van het kwalificatiedossier. Het bevat, per onderdeel van het model, richtlijnen voor de beschrijving van verschillende onderdelen in het basis- en Profieldeel;
- 2. Het tweede deel bevat de richtlijnen voor de uitwerking van het keuzedeel;
- 3. Het derde deel bevat de richtlijnen voor de ontwikkeling van beide soorten certificaten;
- 4. Het vierde deel bevat de richtlijnen voor de invulling van de verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier.
- a. de naam van het profiel (de kwalificatie);
- b. het mbo-niveau c.q. het EQF-niveau;
- c. wettelijke beroepsvereisten;
- d. de typering van de kwalificatie.
- a. Context De werkomgeving en plaats waar de beginnende beroepsbeoefenaar de werkzaamheden uitvoert.
- b. Typerende beroepshouding Hier gaat het om de houdingselementen en specifieke (gedrags-) kenmerken van de beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.
- c. Resultaat van een beroepengroep Hier wordt het resultaat beschreven van de beroepengroep wanneer het beroep op de juiste manier is uitgevoerd en dat kenmerkend is voor de beroepengroep.
- a. Een kerntaak bevat tenminste twee werkprocessen die samen een substantieel deel van de beroepsuitoefening vertegenwoordigen;
- b. Kerntaak en werkprocessen zijn duurzaam omschreven, dat betekent dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze omschrijvingen voor een periode van 5 jaar bruikbaar zijn;
- c. De werkprocessen bevatten samenhangende handelingen die apart waarneembaar zijn in de beroepspraktijk;
- d. Aan de kerntaak zijn de essentiële vakkennis en vaardigheden voor de beroepengroep (Basisdeel) c.q. het beroep (Profieldeel) gekoppeld;
- e. Een kerntaak is beschreven op het niveau van de beginnende beroepsbeoefenaar;
- f. Aanvullend voor een kerntaak in het Basisdeel: De kerntaken in het Basisdeel zijn de kerntaken die gemeenschappelijk zijn voor de beroepengroep;
- g. Voor kerntaken en onderdelen van kerntaken geldt de stelregel dat gelijke en vergelijkbare beroepsuitoefening is in de kwalificatiestructuur gelijk en vergelijkbaar beschreven zijn.
- a. Complexiteit
- b. Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
- c. Vakkennis en vaardigheden
- d. Werkprocesomschrijving
- e. Resultaat
- f. Gedrag
- a. de aard van het werk: wisselend versus gestandaardiseerd, routinematig versus onvoorspelbaar, lokaal versus internationaal;
- b. de aard van de vakkennis en vaardigheden: basale versus specialistische kennis, generalistische versus specifieke kennis/vaardigheden;
- c. de complicerende factoren: bijvoorbeeld afbreukrisico, complexiteit doelgroep, culturele diversiteit.
- a. Vakkennis en vaardigheden zijn actief beschreven in een volledige zin met werkwoord, onderwerp en context;
- b. Het niveau van de gevraagde vakkennis en vaardigheden is beschreven met behulp van de NLQF-descriptoren;
- c. Gemiddeld genomen komt het niveau van alle onderdelen in het kwalificatiedossier overeen met het NLQF-niveau van de kwalificatie. Dat kan betekenen dat voor sommige vakkennis- en vaardigheidsonderdelen afgeweken kan worden van het gemiddelde niveau en een hoger of lager niveau gevraagd kan worden;
- d. Vakkennis en vaardigheden zijn beschreven op het juiste abstractieniveau gerelateerd aan het werkproces: niet te generiek en niet te specifiek;
- e. Er worden geen merknamen gebruikt zoals namen van producten of producenten;
- f. Er worden geen vaardigheden (en vakkennis) items opgenomen op die al in het werkproces genoemd zijn;
- g. Vakkennis en vaardigheden zijn dekkend voor de werkprocessen in de kerntaak;
- h. Vakkennis en vaardigheden zijn te herleiden naar de werkprocessen;
- i. Vakkennis en vaardigheden zijn compact geformuleerd;
- j. Vakkennis en vaardigheden zijn zodanig concreet dat er voldoende houvast is voor gebruikers voor de inhoudelijke inrichting van het onderwijs, de examens en de beroepspraktijkvorming;
- k. Er is een duidelijk onderscheid tussen vakkennis en vaardigheden:
- • Bij vakkennis gaat het om reproductie van of inzicht in theorieën, principes, concepten;
- • Bij vaardigheid gaat het om het kunnen toepassen van de vaardigheid in een bepaalde beroepscontext.
- l. Er is een duidelijk onderscheid tussen vakkennis en vaardigheden en (de omschrijving van) gedrag.
- a. Beschrijft handelingen die passen bij de gekozen titel;
- b. Vormt een afgebakend geheel, d.w.z. de handelingen in een werkproces gaan over één thema / onderwerp en overlappen niet met handelingen in een ander werkproces in dezelfde kerntaak;
- c. Bestaat uit tenminste drie te onderscheiden handelingen;
- d. Is herkenbaar voor het bedrijfsleven;
- e. Bevat geen 'genest' werkproces, dat wil zeggen: een werkproces mag geen ander werkproces omvatten;
- f. Is geschreven in actieve schrijftaal en is kort en bondig beschreven;
- g. Is uitvoerbaar in het onderwijs en in het bedrijf;
- h. Kent een begin en een eind, heeft een waarneembaar resultaat.
- a. Het Profieldeel bevat de kerntaken die specifiek gelden voor een of meer kwalificaties in het kwalificatiedossier;
- b. De kerntaken in het Profieldeel kunnen niet dezelfde titel hebben als de kerntaken in de basis. Daar waar er een nauwe samenhang is tussen de kerntaak in Basis- en Profieldeel kan die samenhang aangegeven worden in de titel waarbij wel geldt dat de titel de lading dekt;
- c. Het Profieldeel is voldoende onderscheidend ten opzichte van de andere profielen binnen hetzelfde dossier en ten opzichte van andere kwalificatiedossiers. Het Profieldeel bevat een actuele en relevante beschrijving van beroepshandelingen.
- a. Het gaat om vereisten die bij of krachtens een wet (anders dan de WEB), verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie zijn vastgesteld voor een beroep;
- b. Deze vereisten hebben betrekking op kennis, inzicht, vaardigheden en/of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding;
- c. Afhankelijk van de wetgeving waarin het beroepsvereiste is vastgelegd, kan de onderwijsinstelling zelf beoordelen of aan het beroepsvereiste is voldaan, of wordt dit door een aangewezen externe partij beoordeeld. In beide gevallen controleert de examencommissie vóór diplomering of aan het beroepsvereiste is voldaan. Als de beoordeling door een externe partij moet worden uitgevoerd, bijvoorbeeld middels een extern examen, wordt dit expliciet in het kwalificatiedossier vermeld.
- d. Bij wettelijke beroepsvereisten gaat het niet om eisen aan de persoon of werkplek, zoals leeftijd, verklaring omtrent gedrag of Arbo-eisen (dit zijn ‘Bijzondere vereisten’ en deze worden alleen opgenomen in de Verantwoordingsinformatie, zie hoofdstuk 5.).
- • De citeertitel van de wet of regeling (specifieke wet en wetsartikel) en het betreffende artikelnummer staat vermeld.
- • Het verantwoordelijke vakdepartement staat vermeld;
- • Indien van toepassing wordt vermeld dat de beoordeling of er voldaan is aan de wettelijke beroepsvereisten door een externe partij gebeurt, bijvoorbeeld middels een extern examen
- • Er is (op basis van de beroepeninformatie) sprake van noodzakelijke beroepsspecifieke inkleuring wanneer bij een kerntaak een taal- en/of rekenvaardigheid wezenlijk is voor de beroepsuitoefening;
- • De taal- rekenvaardigheid zijn beschreven bij 'vakkennis en vaardigheden' (met gebruikmaking NLQF) op kerntaakniveau;
- • Optioneel is:
- ○ onder 'gedrag' een verduidelijking mogelijk van hoe taal en/of rekenen wordt ingezet in dat werkproces;
- ○ bij complexiteit wanneer de inzet van talige of rekenkundige vaardigheden een essentiële complicerende factor is bij een kerntaak;
- ○ in het werkproces wanneer het een expliciete handeling is voor de beroepsbeoefenaar.
- • Hiervoor gelden dezelfde richtlijnen als die voor de andere onderdelen, dus:
- – Actief geformuleerd in een volledige zin
- – Specifiek en contextgericht uitgewerkt zodat de relatie met de werkprocessen waarop de taal- en of rekenvaardigheid betrekking heeft, duidelijk is in de beschrijving.
- a. Afbakening Het keuzedeel maakt geen deel uit van de kwalificatie, maar komt er bovenop. Onderwijsinstellingen zijn er voor verantwoordelijk dat een keuzedeel niet ondoelmatig overlapt met de inhoud van de kwalificatie waarop de student ingeschreven staat. Wanneer een keuzedeel specifiek ontwikkeld wordt voor een of meerdere kwalificaties, mag deze dus niet ondoelmatig overlappen met de inhoud van de kwalificatie(s) waarvoor deze ontwikkeld wordt.
- b. Doel en typen van keuzedelen Een keuzedeel levert voor de deelnemer een meerwaarde ten opzichte van de kwalificatie. Ten behoeve van gebruikers is aan de keuzedelen een typering gekoppeld. Dit is een van de onderstaande categorieën: Het is mogelijk dat een keuzedeel meerdere typeringen bevat. Een keuzedeel kan zowel ontwikkeld zijn voor doorstroming naar vervolgonderwijs als voor de arbeidsmarkt. En eenzelfde keuzedeel kan bij de ene kwalificatie verdiepend zijn en bij de andere verbredend. Maar een remediërend keuzedeel kan niet ook verdiepend, verbredend of gericht op doorstroming zijn.
- • Generiek: Generieke keuzedelen worden niet specifiek voor een of meer kwalificaties ontwikkeld. De keuzedelen zijn doorgaans te relateren aan een groot aantal kwalificaties dan wel zijn relevant voor veel kwalificaties.
- • Doorstroom: Keuzedelen gericht op doorstroom bevatten (vak)inhouden en/of competenties die bevorderen dat de deelnemer kan slagen op een hoger niveau binnen het mbo of in de overstap naar het hbo.
- • Verdiepend: Verdiepende keuzedelen zijn direct gerelateerd aan de inhoud van de kwalificatie waarvoor deze ontwikkeld is. De inhoud vormt een verdieping van een onderdeel van de kwalificatie. Wanneer vakkennis en vaardigheden voldoende verdiepend zijn omschreven, mogen werkprocessen overlappen met gerelateerde kwalificaties.
- • Verbredend: Verbredende keuzedelen bevatten inhouden die los staan van de kwalificatie waarvoor ze ontwikkeld zijn, maar vormen daarop wel een zinvolle (arbeidsmarkt- of doorstroomrelevante) aanvulling. Er is per definitie geen sprake van overlap tussen het verbredende keuzedeel en de kwalificatie waarvoor het keuzedeel ontwikkeld wordt.
- • Remediërend: Dit type geldt specifiek voor de niveau-1 en -2 kwalificaties. Een remediërend keuzedeel mag inhoud bevatten die al deel uitmaakt van de kwalificatie waarvoor het ontwikkeld is. Remediërende keuzedelen zijn bedoeld om struikelblokken voor diplomering voor deze doelgroep weg te werken.
- c. Omvang Keuzedelen hebben een omvang van 240, 480 of 720 (nominale) studiebelastingsuren (sbu) en moeten passen binnen de studiebelasting die geldt voor het soort opleiding waarvoor ze ontwikkeld worden.
- a. Een keuzedeel kan ook bestaan uit een kerntaak met alleen vakkennis en vaardigheden of een kerntaak met één werkproces;
- b. Keuzedelen kennen geen profieldelen;
- c. Keuzedelen kennen geen aanvullende eisen.
- a. De titel geeft zo goed mogelijk de essentie van het keuzedeel weer.
- b. In het geval er een variant van een keuzedeel per niveau is, dan wordt dat duidelijk gemaakt in de naamgeving.
- c. Er worden geen titels gebruikt die verwijzen naar officiële diplomatitels (zoals master of bachelor), titels van kwalificaties en/of beroepsnamen.
- d. De eerste letter van de titel is altijd een hoofdletter. Daarna worden er geen hoofdletters gebruikt, met uitzondering van eigennamen en Engelse titels waarin de spelling dit voorschrijft.
- e. Er wordt geen gebruik van afkortingen, tenzij het gaat om een afkorting gaat die algemeen (h)erkend wordt;
- f. Er wordt alleen gebruik gemaakt van de Engelse taal in de titel wanneer er geen goed Nederlands equivalent is en wanneer dit algemeen (h)erkend wordt.
- a. Indien de beroepsgerichte eisen MVT betrekking hebben op 1 van de 5 taalvaardigheden (luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken, schrijven), dan kan deze ontwikkeld worden voor de betreffende kwalificatie.
- b. Voor vakspecifieke keuzedelen MVT geldt dat het niveau van taalbeheersing niet in de titel opgenomen wordt. Bij de uitwerking moet rekening gehouden worden met het referentiekader MVT.
- a. Scholingsbehoefte / landelijke herkenbaarheid
- b. Zelfstandige betekenis op de arbeidsmarkt
- c. Doelgroep
- a. aantoonbaar breder inzetbaar is: welke extra taken kan een deelnemer uitvoeren na het behalen van het certificaat?
- b. aantoonbaar beter toegerust is voor taken die de deelnemer kan uitvoeren volgens de actuele gestelde eisen en welke nieuwe handelingen de deelnemer uitvoert c.q. welk nieuw gedrag de deelnemer laat zien na het behalen van het certificaat.
- a. De titel geeft zo goed mogelijk de essentie van de inhoud van het mbo-certificaat weer en is zoveel mogelijk generiek om eventueel gebruik in andere contexten mogelijk te maken. Alleen daar waar de scholingsbehoefte aanleiding is voor een specifieke beroepscontext, wordt gekozen voor een specifieke titel, passend bij deze beroepscontext;
- b. Er worden geen titels gebruikt die verwijzen naar officiële diplomatitels (zoals master of bachelor), namen van beroepen (een mbo-certificaat leidt niet op voor een beroep) en er worden geen titels gebruikt die al bestaan als titel van een kwalificatie of keuzedeel;
- c. De eerste letter van de titel is altijd een hoofdletter. Daarna bevat de titel geen hoofdletters, met uitzondering van eigennamen en Engelse titels waarin de spelling dit voorschrijft;
- d. Er wordt geen gebruik van afkortingen, tenzij het gaat om een afkorting gaat die algemeen (h)erkend wordt;
- e. Er wordt alleen gebruik gemaakt van de Engelse taal in de titel wanneer er geen goed Nederlands equivalent is en wanneer dit algemeen (h)erkend wordt.
- a. Kwantitatief criterium: De minimumomvang van een mbo-certificaat is 240 sbu. Als bovengrens geldt een omvang van 1200 sbu. Als richtlijn is hiervoor gekozen omdat dit ongeveer één jaar beslaat (1 leerjaar is 1600 sbu, minus de generieke vakken ongeveer 1200 sbu).
- b. Kwalitatief criterium: De voor het mbo-certificaat gemaakte selectie betreft tenminste een compleet werkproces en mag niet bestaan uit het overgrote deel van de beroepsgerichte onderdelen van de betreffende kwalificatie.
- • De werkprocessen worden ongewijzigd overgenomen in het certificaat; De onderdelen van de kerntaak (complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en vakkennis en vaardigheden) worden in verhouding gebracht met de context en doelgroep;
- • De titel van de kerntaak wordt aangepast is conform instructie (zie c.). Bij de beschrijving van de inhoud van het certificaat wordt vermeld welke onderdelen van de kerntaak (complexiteit, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid) geen deel uitmaken van het certificaat;
- • Bij de beschrijving van de inhoud van het certificaat wordt duidelijk toegelicht welke onderdelen van de kerntaak (complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid) geen deel uit maken van het certificaat.
- • Als de gehele kerntaak intact blijft, blijft de titel van de kerntaak dezelfde;
- • Als de huidige titel de lading dekt terwijl er elementen van de kerntaak zijn vervallen, dan wordt in de titel van de kerntaak van het certificaat voor het beroepsgerichte onderdeel tussen haakjes ‘(deels)’ gezet;
- • Als de gehele kerntaak intact blijft, maar de context wordt smaller, specifieker en/of minder complex dan wordt in de titel van de kerntaak tussen haakjes toegevoegd dat het om een eenvoudiger en/of meer basis invulling van de kerntaak gaat;
- • Als er werkprocessen vervallen en/of door het verwijderen van elementen in de kerntaak het karakter van de kerntaak daardoor verandert, wordt de titel aangepast zodanig dat deze dekkend is voor de inhoud.
- • Aan de beschrijving van de eisen wordt dan deze specifieke context wél toegevoegd;
- • Aan de geselecteerde werkprocessen mag niets veranderd worden, daarmee (dus) ook niet de context;
- • De naam van dit certificaat kan een verwijzing bevatten naar deze specifieke context.
- a. Hoofd-, bijkomende werkzaamheden en opkomende werkzaamheden;
- b. Ontwikkelingen;
- c. Context.
- • compleet voor alle kwalificaties in het kwalificatiedossier
- • actueel
- • betrouwbaar
- • representatief
- • door sociale partners gelegitimeerd
- • De citeertitel van de specifieke wet en het wetsartikel, of het verdrag of bindend besluit waaruit de vereiste voortvloeit, is opgenomen; dit is mede van belang omdat de onderwijsinstelling deze informatie moet kunnen opnemen in het door de examencommissie te verstrekken diploma. Het gaat om de juiste bron inclusief een link naar de publicatie van de regeling.
- • De (aard van de) kennis, vaardigheden en beroepshouding die de wet verlangt van de beginnend beroepsbeoefenaar is beschreven;
- • In welke kerntaken en werkprocessen c.q. op welke wijze de wettelijke eisen in de kwalificatie-eisen zijn verwerkt;
- • Indien relevant is beschreven welk certificaat en/of extern examen en/of extern diploma gekoppeld is aan de beroepsvereisten;
- • Indien relevant is beschreven welke specifieke wettelijke beroepsvereisten van toepassing zijn voor welke specifieke beroepscontext(en)
- • welke wettelijke beroepsvereiste van toepassing zijn voor de betreffende kwalificatie(s) uit het kwalificatiedossier.
- • dat de verwijzing naar de wettelijke grondslag van de beroepsvereisten in het kwalificatiedossier correct en actueel is
- • dat de wettelijke beroepsvereiste juist zijn verwerkt in het kwalificatiedossier.
- • dat het vakdepartement OCW en SBB tijdig zal informeren als de wettelijke beroepsvereisten wijzigen, zodat SBB het kwalificatiedossier hierop kan aanpassen en het vakdepartement in overleg met OCW en SBB een overgangsregeling kan opstellen voor zittende studenten.
- • Branchevereisten die gelden voor een specifiek onderdeel van een kwalificatie en/of waaraan een branchecertificaat verbonden is;
- • Regelingen die van toepassing zijn op de persoon van de beginnend beroepsbeoefenaar, zoals een Verklaring omtrent gedrag of regelingen die betrekking hebben op de werkplek. Voor deze bijzondere vereisten is geen goedkeurende verklaring nodig. Ze zijn ook geen onderdeel van de diplomering.
- • Aard van de kennis en vaardigheden: vragen meer tijd voor aanleren dan beschikbaar is in drie jaar;
- • Wettelijke beroepsvereisten: beroepsvereisten die eisen stellen aan de stage of de noodzakelijke vakkennis en vaardigheden waardoor de opleiding niet in drie jaar uitgevoerd kan worden.