Art. 10 Wet op de jeugdverblijven

Wet op de jeugdverblijven

1. De burgemeester is bevoegd tot sluiting van het jeugdverblijf bij een gegrond vermoeden van een overtreding of misdrijf dat directe gevolgen heeft voor de veiligheid van de minderjarige dan wel een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de minderjarige in het jeugdverblijf.

2. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de sluitingsduur van het jeugdverblijf.