Bijlage 8 Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016: behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel l, van de Regeling vrijstelling telecommunicatie-machtiging BES 2016
Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016
Radiozendapparaten die binnenshuis gebruik maken van ultrawidebandtechnologie (UWB), buitenshuis in voertuigen of buitenshuis op voorwaarde dat zij niet zijn bevestigd aan een vaste installatie, een vaste infrastructuur of een vaste buitenantenne. De apparatuur voldoet daarnaast aan de in de tabel vermelde voorwaarden. Frequentiebereik (GHz) Maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid (dBm/MHz) Maximale piek-e.i.r.p.- dichtheid (dBm/50MHz) Lager dan 1,6 – 90,0 – 50,0 1,6 tot 2,7 – 85,0 – 45,0 2,7 tot 3,4 – 70,0 – 36,0 3,4 tot 3,8 – 80,0 – 40,0 3,8 tot 4,2 – 70,0 – 30,0 4,2 tot 4,8 (niet van toepassing in voertuigen) – 70,0 – 30,0 4,2 tot 4,8 (alleen van toepassing in voertuigen) Op voorwaarde dat technieken worden toegepast die de totale storing verminderen conform internationale standaarden. Dit vereist een bereik van de zendvermogensregeling (TPC) van ten minste 12 dB. – 70,0 4,8 tot 6,0 – 70,0 – 30,0 6,0 tot 8,5 (niet van toepassing in voertuigen) – 41,3 0,0 6,0 tot 8,5 (alleen van toepassing in voertuigen) – 41,3 Op voorwaarde dat technieken worden toegepast die de totale storing verminderen conform internationale standaarden. Dit vereist een bereik van de zendvermogensregeling (TPC) van ten minste 12 dB. – 53,3 (andere gevallen) 8,5 tot 10,6 – 65,0 – 25,0 Hoger dan 10,6 – 85,0 – 45,0 Apparatuur is voorzien van het FCC of CE keurmerk Apparatuur die gebruik maakt van de ultrawidebandtechnologie mag ook radiospectrum gebruiken met hogere e.i.r.p.-grenswaarden dan de in de tabel 1 vermelde e.i.r.p.-grenswaarden voor zover aanvullende mitigatietechnieken worden toegepast op voorwaarde dat de apparatuur een beschermingsniveau bereikt dat minstens gelijkwaardig is aan het niveau dat door de grenswaarden in de tabel 1 wordt geboden. Bij de volgende mitigatietechnieken wordt ervan uitgegaan dat zij een dergelijke bescherming bieden: Signalen die in de omgeving worden uitgestraald1 en de in onderstaande tabel vermelde grenswaarden niet overschrijden, zijn toegestaan. Frequent
- a. ‘Low duty cycle’ (LDC)-mitigatie Een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van – 41,3 dBm/MHz en een maximale piek-e.i.r.p.-dichtheid van 0 dBm gemeten in 50 MHz is toegestaan in de banden 3,1–4,8 GHz voor zover een ‘low duty cycle’-beperking wordt toegepast waarin de som van alle verzonden signalen elke seconde minder dan 5% en elk uur minder dan 0,5% van de tijd in beslag neemt, en voor zover elk verzonden signaal niet meer dan 5 ms in beslag neemt.
- b. ‘Detect and avoid’ (DAA)-mitigatie (niet in voertuigen) Een maximale gemiddelde e.i.r.p.-dichtheid van – 41,3 dBm/MHz en een maximale piek-e.i.r.p.-dichtheid van 0 dBm gemeten in 50 MHz is toegestaan in de banden 3,1–4,8 GHz en 8,5–9,0 GHz voor zover een ‘detect and avoid (DAA)’-mitigatietechniek wordt toegepast conform gangbare internationale standaarden.
- c. ‘Detect and avoid’ (DAA)-mitigatie in voertuigen Apparatuur die gebruikmaakt van ultrawidebandtechnologie in voertuigen die de DAA-mitigatietechniek toepassen in de banden 3,1–4,8 GHz en 8,5–9,0 GHz zijn toegestaan op voorwaarde dat zij onder de e.i.r.p.-grenswaarde van – 41,3 dBm/MHz blijven en voor zover technieken worden toegepast om storing te verminderen. Dit vereist een bereik van de zendvermogensregeling (TPC) van ten minste 12 dB. In de overige gevallen is een maximale e.i.r.p. van – 53,3 dBm/MHz van toepassing.