Art. 9.9 Wet natuurbescherming, Overgangsrecht
1. Besluiten als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet gelden als besluiten als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a.
2. Kennisgevingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Boswet gelden als meldingen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid.
3. Artikel 4.3, eerste lid, is van toepassing op degene voor wie vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verplichting tot herbeplanting is ontstaan op grond van artikel 3, eerste lid, van de Boswet.
4. Artikel 4.3, tweede lid, is van toepassing op degene voor wie vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verplichting tot vervanging van herbeplanting is ontstaan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Boswet.
5. Vrijstellingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Boswet die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht zijn, gelden voor de periode waarvoor zij van toepassing zijn, als vrijstellingen als bedoeld in artikel 4.5, vierde lid.
6. Ontheffingen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Boswet gelden als ontheffingen als bedoeld in artikel 4.5, derde lid.
7. Verboden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Boswet gelden als verboden als bedoeld artikel 4.2, derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 27 juni 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3110
- ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:904
- Rb. Noord-Nederland 16 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3769
- Rb. Noord-Nederland 23 augustus 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3016
- Rb. Noord-Nederland 18 augustus 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2931
- CBb 28 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:578