Art. 5.1 Wet natuurbescherming, Vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen
1. Op een aanvraag om een bij of krachtens deze wet vereiste vergunning of ontheffing wordt binnen dertien weken na de datum van ontvangst beslist.
2. Het bevoegd gezag kan de termijn eenmaal met zeven weken verlengen. Van deze verlenging wordt mededeling gedaan aan de aanvrager.
3. Ingeval artikel 2.8, vierde lid, van toepassing is, wordt de aanvrager van de vergunning door het bevoegd gezag tijdig tevoren in de gelegenheid gesteld om voorstellen voor compenserende maatregelen te doen. Artikel 4.15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.