Art. 4.1 Wet natuurbescherming, Houtopstanden

Wet natuurbescherming

Het bepaalde bij en krachtens deze paragraaf, met uitzondering van artikel 4.6, heeft geen betrekking op:

a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom;

b. houtopstanden op erven of in tuinen;

c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar;

e. kweekgoed;

f. uit populieren of wilgen bestaande:

1°. wegbeplantingen;

2°. beplantingen langs waterwegen, en

3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

g. het dunnen van een houtopstand;

h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:

1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en

3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Uitspraken die dit artikel aanhalen