Bijlage 5 Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016: voorwaarden voor toevoegingen in jeugdstrafzaken en bij verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016
De rechtspraak wil in het kader van effectieve(re) rechtspraak meer samenhang aanbrengen in de behandeling en afdoening van jeugdstrafzaken en civiele jeugdzaken. Daartoe worden onder meer binnen de rechtbanken jeugdteams geformeerd en vaker combi-zittingen georganiseerd. Het komt steeds vaker voor dat in het jeugdrecht straf- en civiele aspecten met elkaar samenhangen c.q. naast elkaar spelen. De Raad voor Rechtsbijstand, de NOvA en de rechtspraak achten het van groot belang dat de rechtsbijstand in zaken waarin minderjarigen zijn betrokken, wordt verleend door advocaten die voldoende kennis en ervaring in beide rechtsgebieden hebben. Het gaat hierbij specifiek om jeugdstrafzaken en machtigingen uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Teneinde een minimum kwaliteitsniveau te waarborgen heeft de Raad voor Rechtsbijstand na overleg met de NOvA en de rechtspraak na te noemen criteria vastgesteld, waaraan een advocaat dient te voldoen om door de rechtbank te kunnen worden toegevoegd in jeugdstrafzaken dan wel uithuisplaatsingen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De na te noemen criteria gelden tevens voor de toelating op een jeugdstrafpiketplanning. Een toe te laten advocaat moet minimaal drie jaar relevante beroepservaring hebben en de beroepsopleiding advocatuur oude stijl van de NOvA of leerjaar 1 van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013), met minor of major strafrecht met goed gevolg afgerond hebben. Onder relevante beroepservaring wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg. Advocaten die voor het begin van hun advocatenstage elders in een relevante werkkring hebben gewerkt, kunnen dus na voltooiing van de beroepsopleiding Oude Stijl of leerjaar 1 van de
- 1. Advocaten die nieuw ingeschreven willen worden, moeten voldoen aan de hieronder genoemde criteria 2, 3, 4 en 5, óf aan criteria 2, 3 en 7.
- 2. De toe te laten advocaat dient minimaal drie jaar relevante beroepservaring te hebben en de beroepsopleiding advocatuur oude stijl van de NOvA of het eerste leerjaar van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013)met goed gevolg te hebben afgerond.
- 3. De advocaat dient bij het indienen van de aanvraag om toegelaten te worden op de lijst certificaten over te leggen waaruit blijkt dat hij tenminste twaalf opleidingspunten heeft behaald op het terrein van het jeugdrecht. Deze punten moeten zijn behaald in de drie jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag. Bij het verzoek moet worden aangetoond dat zowel het civiele jeugdrecht als het jeugdstrafrecht en jeugdstrafprocesrecht op voldoende specifieke wijze aan bod zijn gekomen.32Het keuzeonderdeel rechtsbijstand aan minderjarigen (1 dagdeel) van het klein keuzevak ‘TBS en andere vrijheidsbenemende maatregelen en rechtsbijstand aan minderjarigen’ van de huidige beroepsopleiding advocaten van de NOvA (beroepsopleiding vanaf september 2013)wordt meegeteld voor drie opleidingspunten. Advocaten die dit onderdeel hebben afgerond dienen aanvullend nog negen opleidingspunten op het terrein van jeugdrecht te bepalen. De advocaat die ook aan de jeugdstrafpiketplanning wil deelnemen moet met succes een door de Raad goedgekeurde piketcursus hebben gevolgd.33Goedgekeurd zijn de strafpiketcursussen van OSR Juridische Opleidingen, Haagrecht advocaten, Seebregts en Saey en Maastricht University.
- 4. De toe te laten advocaat dient een verklaring over te leggen waaruit blijkt dat hij minimaal drie keer heeft meegelopen bij zittingen jeugdstrafrecht met een andere ingeschreven advocaat. Deze laatste moet in elk geval reeds drie jaar jeugdstrafzaken behandelen.
- 5. De toe te laten advocaat dient voorts een verklaring over te leggen waaruit blijkt dat hij minimaal drie keer heeft meegelopen bij zittingen ter zake van gesloten uithuisplaatsingen met een andere ingeschreven advocaat. Deze laatste moet in elk geval reeds drie jaar civiele jeugdzaken behandelen.
- 6. Advocaten die door de Raad werden ingeschreven moeten om ingeschreven te blijven staan aan de hierna te noemen criteria 7 tot en met 13 voldoen.
- 7. De op de lijst opgenomen advocaat dient een verklaring over te leggen waaruit blijkt dat hij per twee jaar minimaal 12 toegevoegde jeugdzaken heeft behandeld, waarvan minstens één jeugdstrafzaak en één machtiging uithuisplaatsing accommodatie gesloten jeugdzorg. Er bestaat de mogelijkheid tot ontheffing door de Raad voor Rechtsbijstand indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is te gering is om aan deze voorwaarde te voldoen. Ook dan geldt wel de eis dat tenminste één jeugdstrafzaak dan wel één machtiging uithuisplaatsing accommodatie gesloten jeugdzorg is behandeld.
- 8. De op de lijst opgenomen advocaten verplichten zich hun kennis op peil te houden door eens per twee jaar cursussen jeugdstrafrecht (beroepskennis en beroepsvaardigheden hieronder begrepen) te volgen en/of lezingen bij te wonen met een minimum van acht opleidingspunten, waaronder tenminste 1 actualiteitencursus op het terrein van het jeugdstrafrecht, per twee jaar. Op verzoek leggen zij certificaten over aan de Raad voor Rechtsbijstand.
- 9. De op de lijst opgenomen advocaten verplichten zich hun kennis op peil te houden door eens per twee jaar cursussen civiel jeugdrecht (beroepskennis en beroepsvaardigheden hieronder begrepen) te volgen en/of lezingen bij te wonen met een minimum van acht opleidingspunten per twee jaar. Op verzoek leggen zij certificaten over aan de Raad voor Rechtsbijstand.
- 10. De advocaat behoort elke twee jaar desgevraagd op te geven of hij aan de geldende voorwaarden voldoet zodat dit door de Raad voor Rechtsbijstand kan worden gecontroleerd.
- 11. De advocaat dient de minderjarige ter zitting persoonlijk bij te staan. Alleen in geval van overmacht, ziekte of zwaarwegende redenen kan vervanging plaatsvinden door een collega; deze collega moet ook vermeld staan op de lijst, hetgeen kan betekenen dat de vervanger van een ander kantoor afkomstig is.
- 12. De advocaat is verplicht collega’s te laten meelopen bij zittingen ter zake jeugdstrafrecht en gesloten uithuisplaatsingen.
- 13. Toevoegingen op ambtshalve last van de president/de kinderrechter geschiedt door de Raad voor Rechtsbijstand. De president/de kinderrechter zal aan de hand van twee uitgangspunten de toevoegingen verdelen over de op de lijst opgenomen advocaten. Hij zal rekening houden met de woonplaats van de betreffende minderjarige en in beginsel een advocaat uit hetzelfde ‘kanton’ toevoegen. Voorts zal een al eerder bestaande vertrouwensrelatie tussen een minderjarige en een advocaat, opgebouwd naar aanleiding van eerder verleende toevoegingen, bijvoorbeeld in het kader van piket, worden gerespecteerd en de desbetreffende advocaat worden toegevoegd indien deze op de lijst staat vermeld. Indien de rechtzoekende bijgestaan wil worden door een advocaat die niet op de lijst is opgenomen, treedt deze op als een gekozen raadsman. In dat geval wordt het optreden niet door de Raad voor Rechtsbijstand vergoed.
- 14. De inschrijvingsvoorwaarden zijn voor alle advocaten bindend. De Raad voor Rechtsbijstand beheert de advocatenlijst en beslist over plaatsing van advocaten op deze lijst. Indien de advocaat die op de lijst staat niet meer voldoet aan één of meer van de gestelde eisen, kan de Raad voor Rechtsbijstand de advocaat van de lijst afvoeren. Voordat hij hiertoe beslist zal de betrokken advocaat indien deze dat wenst worden gehoord.
- 15. Indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten door de advocaat in strijd met een zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstand aan jeugdigen, zal eerst worden getracht via de diplomatieke weg, door tussenkomst van de president van de rechtbank en de deken, tot een oplossing te komen. Indien zich het uitzonderlijke geval zou voordoen dat deze weg niet tot het gewenste resultaat leidt, kan de Raad voor Rechtsbijstand een op de lijst opgenomen advocaat waarschuwen of tijdelijk of definitief van de lijst verwijderen.