Art. 4 Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2015 en 2016, Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2016

Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2015 en 2016

1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

a. € 83.389,82 voor schoolsoortgroep 1;

b. € 99.526,42 voor schoolsoortgroep 2;

c. € 98.464,06 voor schoolsoortgroep 3; en

d. € 95.644,61 voor schoolsoortgroep 4.

2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

a. € 76.575,18 voor schoolsoortgroep 1;

b. €  86.846,67 voor schoolsoortgroep 2;

c. € 82.603,90 voor schoolsoortgroep 3; en

d. € 78.612,69 voor schoolsoortgroep 4.

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 45.986,87, ongeacht de schoolsoortgroep.

4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wet bedraagt per 1 januari 2016 € 4.100,39 per leerling.

5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wet wordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.