Art. 12 Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs, Betaling subsidie

Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs

1. De minister betaalt de subsidieontvanger een bedrag van ten hoogste € 1.250,– vermenigvuldigd met het aantal bij de minister gemelde inschrijvingen, bedoeld in artikel 3, in het voorafgaande kwartaal dat loopt van:

a. september tot en met november;

b. december tot en met februari;

c. maart tot en met mei;

d. juni tot een met augustus.

2. De betaling van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, vindt jaarlijks plaats onderscheidenlijk in de volgende maanden:

a. januari;

b. april;

c. juli;

d. oktober.

3. De minister verstrekt de subsidieontvanger een bedrag ter hoogte van € 3.333,– vermenigvuldigd met het aantal bij de minister gemelde verleende graden, bedoeld in artikel 3, in het voorafgaande kwartaal dat loopt van:

a. september tot en met november;

b. december tot en met februari;

c. maart tot en met mei;

d. juni tot een met augustus.

4. De betaling van de subsidie, bedoeld in het derde lid, vindt jaarlijks onderscheidenlijk in de maanden, bedoeld in het tweede lid, plaats.