Art. 8 Besluit taakuitoefening IGZ
1. De inspecteur-generaal informeert de minister, de secretaris-generaal en de directeur-generaal onverwijld over aangelegenheden die van belang zijn voor de uitoefening van de ministeriële verantwoordelijkheid.
2. De minister, de secretaris-generaal of de directeur-generaal informeert de inspecteur-generaal onverwijld over aangelegenheden die van belang zijn voor de inspectie.