Bijlage 1 Besluit emissiearme huisvesting: behorende bij artikel 3, eerste lid, artikel 4 en artikel 5, eerste lid van het Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren

Besluit emissiearme huisvesting

Diercategorie Maximale emissiewaarde voor ammoniak als bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4 en artikel 5, eerst lid in kg NH3 per dierplaats per jaar Aantal dieren als bedoeld in artikel 2, derde lid A B C hoofdcategorie rundvee melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar 12,21 11,0 8,6 10 vleeskalveren tot de leeftijd van circa 8 maanden – – 2,5 10 hoofdcategorie varkens biggenopfok (gespeende biggen) 0,21 0,21 0,21 20 kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen) 2,9 2,9 2,5 totaal 152 guste en dragende zeugen 2,6 2,6 1,3 vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking 1,6 1,5 1,1 hoofdcategorie kippen opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken totaal 500 • batterijhuisvesting 0,0063 0,0063 0,0063 • niet-batterijhuisvesting – 0,110 0,051 legkippen 0,125 0,068 0,068 (groot)ouderdieren van legrassen 0,150 0,150 0,150 (groot)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken – 0,183 0,183 (groot)ouderdieren van vleeskuikens 0,435 0,435 0,250 vleeskuikens 0,045 0,035 0,024 hoofdcategorie kalkoenen vleeskalkoenen – 0,494 0,49 10 1 Indien het een huisvestingssysteem betreft voor het houden van melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar die worden beweid, bedraagt de maximale emissiewaarde 13,0. 2 Voor de bepaling van het aantal landbouwhuisdieren worden de bij de kraamzeugen behorende biggen (de niet-gespeende biggen) niet meegeteld. 3 Indien het batterijhuisvesting betreft waarbij in het huisvestingssysteem een droogtunnel is geïntegreerd, bedraagt de maximale emissiewaarde 0,016. 4 De maximale emissiewaarde geldt uitsluitend voor huisvestingssystemen met mechanische ventilatie.