Bijlage 4 BTIV 2015: bij artikel 56 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV 2015)
Deze bijlage bevat drie onderdelen. Aan de hand van de volgende twee stroomschema’s kan de toegelaten instelling het huishoudinkomen, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (BTIV 2015; passend toewijzen in het kader van de huurtoeslag) bepalen. Schema A betreft toetsing aan de hand van gegevens van de Belastingdienst. Schema B moet worden toegepast indien gegevens van de Belastingdienst ontbreken of indien uitgegaan wordt van het actuele inkomen, in de gevallen bedoeld in artikel 56, zevende lid, onderdeel a of b. De toetsing voor de passende toewijzing voor de huurtoeslag dient vanaf 1 januari 2016 plaats te vinden. Deze toets kan, tezamen met de inkomenstoets voor de DAEB, die per 1 juli 2015 is vereist, in één administratieve handeling worden uitgevoerd. Indien het huishoudinkomen valt binnen de inkomensgrenzen voor passend toewijzen in het kader van de huurtoeslag, staat daarmee tevens vast dat het betreffende huishouden behoort tot de doelgroep van het in artikel 48, eerste lid van de Woningwet bedoelde percentage. De passendheidstoets is uitsluitend van toepassing op woningen waarvoor in principe huurtoeslag mogelijk is, dus waarvan de huurprijs is gelegen op of onder het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag. Hierdoor hebben zowel de inkomenstoets voor de DAEB als de inkomenstoets voor passende toewijzing betrekking op hetzelfde huursegment. De eisen die gesteld worden aan de over te leggen documentatie zijn neergelegd in het hiervoor genoemde artikel. Het vaststellen van het huishoudinkomen aan de hand van een Inkomenverklaring of een (voorlopige) aanslag IB van de Belastingdienst is verplicht, tenzij de uitzonderingsgevallen zoals omschreven in het BTIV 2015 zich voordoen (zie ook hierna). Ter bepaling van het huishoudinkomen dienen de verzamelinkomens uit het jaar t-1 respectievelijk t-2 te worden vermenigvuldigd met index I1, respectieveli
- · is gelegen op of onder:
- o eenpersoonshuishouden: het bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag
- o meerpersoonshuishouden: het bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag
- o eenpersoonshuishouden pensioengerechtigd: bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, vermeerderd met het toepasselijke bedrag, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag
- o meerpersoonshuishouden pensioengerechtigd: bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, vermeerderd met het toepasselijke bedrag, bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet op de huurtoeslag
- · wat gegeven het huishouden de toepasselijke aftoppingsgrens is:
- o een- en tweepersoonshuishoudens bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag
- o drie- en meerpersoonshuishoudens bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de huurtoeslag
- i. vergunninghouders die, uitsluitend met medebewoners die vergunninghouder zijn, vanuit een COA-voorziening een sociale huurwoning betrekken (een verklaring van het COA, niet ouder dan 6 maanden, volstaat);
- ii. woningzoekenden die studiefinanciering genieten, die voltijds studeren of gaan promoveren en die de woongelegenheid als enig student of met maximaal één andere student of scholier, die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, willen betrekken (bewijs van inschrijving aan de onderwijsinstelling, of bewijs van studiefinanciering verstrekt door DUO, waaruit blijkt dat de betrokkene bij één van de genoemde doelgroepen behoort volstaat);
- iii. uit het buitenland afkomstige studenten aan een instelling voor hoger of wetenschappelijk onderwijs (bewijs van inschrijving aan de onderwijsinstelling volstaat);
- iv. woningzoekenden die recht hebben op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en die de woongelegenheid als enig scholier of met maximaal één andere scholier of student willen betrekken (bewijs van tegemoetkoming verstrekt door DUO, waaruit blijkt dat de betrokkene bij deze doelgroep behoort volstaat);
- i. woningzoekenden van wie de inkomensgegevens blijkens een verklaring van de Belastingdienst niet bekend zijn bij die dienst;
- ii. woningzoekenden van wie het actuele inkomen dusdanig is gedaald ten opzichte van het door de Belastingdienst vermelde inkomen dat het inmiddels op of onder de voor hen toepasselijke inkomensgrens is komen te liggen;
- iii. woningzoekenden van wie het actuele inkomen dusdanig is gestegen ten opzichte van het door de Belastingdienst vermelde inkomen dat het inmiddels boven de voor hen toepasselijke inkomensgrens is komen te liggen;
- iv. woningzoekenden die, blijkens een specificatie daarvan, een algemene bijstandsuitkering ingevolge de Participatiewet ontvangen;
- v. vergunninghouders die vanuit een COA-voorziening een sociale huurwoning betrekken (een verklaring van het COA, niet ouder dan 6 maanden, volstaat).
- · In geval van een lager inkomen dan volgens de Belastingdienst: de oorzaak van de inkomensverandering (bijv. andere baan, pensioen, ontslag)
- · In geval van een hoger inkomen dan volgens de Belastingdienst: de oorzaak van de inkomensverandering (bijv. voor het eerst aanvaarden van werk, promotie)
- · De geschatte omvang van het actuele huishoudinkomen, gebaseerd op:
- o inkomen uit arbeid
- o inkomen uit vermogen. Indien onveranderd, kan de woningzoekende verwijzen naar het inkomen uit vermogen (box 3), aangegeven op inkomensverklaring van de Belastingdienst of naar de (voorlopige) aanslag IB.
- o vakantiegeld (ja/nee, hoogte)
- o evt. 13e maand
- o evt. inkomen uit onderneming of freelance-activiteiten
- · Jaaropgaven werkgever(s)/uitkeringsinstanties in jaar t-1: Huishoudinkomen = het loon voor loonheffing (vermeld op de opgave als 'fiscaal loon', loonheffing loon', 'LH-loon', 'heffingsloon' of 'loon voor loonbelasting/premies') x index I1
- · Recente loonstrook/uitkeringsspecificatie (1 loonstrook/specificatie is voldoende):
- o Stap 1: Indien op een loonstrook incidentele beloningen of andere variabele inkomenscomponenten zijn aangegeven, bijv. overwerk, dan dienen deze niet te worden meegerekend. Bij twijfel kan de toegelaten instelling meerdere loonstroken van de woningzoekende verlangen.
- ▪ Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) x 12 (indien loon/uitkering maandelijks wordt uitbetaald), of
- ▪ Het loon voor loonheffing (zie uitleg vorige bullit) x 13 (indien loon/uitkering per 4 weken wordt uitbetaald)
- o Stap 2:
- ▪ Indien het vakantiegeld niet maandelijks wordt uitgekeerd: uitkomst stap 1 x 1,08
- · Bij inkomen uit onderneming dient een schatting te worden gemaakt van het belastbaar jaarinkomen de winst, eventueel verminderd met de fiscaal toepasbare aftrekposten zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek of MKB-vrijstelling. Voor het jaar t-1 kan dit jaarinkomen vastgesteld worden aan de hand van de laatste winst- en verliesrekening, waarbij het aldus vastgesteld belastbaar inkomen vermenigvuldigd dient te worden met index I1. Voor het lopende jaar kan de verwachte winst bepaald worden op basis van een prognose.
- · Bij inkomen uit overige werkzaamheden (niet in loondienst en geen inkomen uit onderneming) wordt een schatting gemaakt van het belastbaar jaarinkomen uit de opbrengsten van die werkzaamheden minus de daarvoor gemaakte kosten. Voor het jaar t-1 kan dit jaarinkomen vastgesteld worden door het betreffende vastgestelde belastbaar inkomen van het jaar t-1 te vermenigvuldigen met index I1. Voor het lopende jaar kan het betreffende belastbaar jaarinkomen bepaald worden op basis van een prognose.