Bijlage J Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar: aanvraagprocedure opsporingsbevoegdheid
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Conform artikel 6, eerste lid, van het BBO dient een aanvraag tot verlenging of wijziging van de titel van opsporingsbevoegdheid uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur te worden ingediend In verband met de wens om te komen tot lastenverlichting is ook het beleid ten aanzien van categoriale aanvragen gewijzigd. Een boa-werkgever kan reeds vanaf 5 boa's een categoriale aanvraag doen. Indien de boa's in verschillende domeinen zitten kan dit ook worden aangegeven binnen één categoriale aanvraag. *Voor een stage dient een stage-overeenkomst te worden overlegd. Voor inhuur dient een overeenkomst met de uitlenende partij te worden overgelegd. *Voor een stage dient een stage-overeenkomst te worden overlegd. Voor inhuur dient een overeenkomst met de uitlenende partij te worden overgelegd. In Domein 1 (Openbare Ruimte) geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek. Als bewijs van deze toetsing, dient zo mogelijk het verslag van het overleg in de lokale driehoek met de aanvraag te worden meegezonden. De adviesformats voor de (direct) toezichthouders en aanvraagformulieren voor de boa-werkgevers zijn te vinden op de website van Justis (www.justis.nl) onder BOA/documenten.
- 1. De werkgever dient een aanvraag tot aanwijzing van categorieën of eenheden als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering in bij de dienst Justis.22Het adres van de dienst Justis is: Ministerie van Veiligheid en Justitie, Dienst JUSTIS, Turfmarkt 147, Postbus 20300, 2500 EH 's-Gravenhage.
- 2. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. een aanduiding van het domein of de domeinen waarvoor opsporingsbevoegdheid wordt aangevraagd;
- b. een omschrijving van de categorie of eenheid binnen de organisatie en van de domeinen, waarvan de opsporingsbevoegdheid deel moet uitmaken;
- c. een opgave van het hoogste aantal personen dat in die domeinen moet kunnen worden aangesteld;
- d. het advies van de direct toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing;
- e. het advies van de toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing;
- f. indien er sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen dient een kopie hiervan te worden bijgevoegd.
- 1. De werkgever dient een aanvraag tot aanwijzing van categorieën of eenheden als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering in bij de dienst Justis.
- 2. De eerste aanvraag van een titel van opsporingsbevoegdheid gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. een aanstellingscontract/arbeidsovereenkomst, tenzij sprake is van inhuur of een stage*;
- b. een bewijs van bekwaamheid;
- c. een verklaring omtrent het gedrag, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/KMAR/politieregiokorps valt. De verklaring omtrent gedrag mag niet ouder zijn dan drie maanden;
- d. 1 recente pasfoto, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/politieregiokorps valt.
- 3. Een verzoek om verlenging van een titel van opsporingsbevoegdheid gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. een bewijs van bekwaamheid;
- b. een verklaring omtrent het gedrag, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/KMAR/politieregiokorps valt. De verklaring omtrent gedrag mag niet ouder zijn dan drie maanden.
- 1. De werkgever dient een aanvraag tot aanwijzing van een boa op basis van artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering in bij de dienst Justis.
- 2. De eerste aanvraag van een titel van opsporingsbevoegdheid gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. een aanstellingscontract/arbeidsovereenkomst, tenzij sprake is van inhuur of een stage*;
- b. een bewijs van bekwaamheid;
- c. een verklaring omtrent het gedrag, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/KMAR/politieregiokorps valt. De verklaring omtrent gedrag mag niet ouder zijn dan drie maanden;
- d. 1 recente pasfoto, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/politieregiokorps valt.
- d. het advies van de direct toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing;
- e. het advies van de toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing.
- 3. Een verzoek om verlenging van een titel van opsporingsbevoegdheid gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. een bewijs van bekwaamheid;
- b. een verklaring omtrent het gedrag, tenzij de aanvrager binnen de sterkte of rangindeling van het KLPD/KMAR/politieregiokorps valt. De verklaring omtrent gedrag mag niet ouder zijn dan drie maanden;
- d. het advies van de direct toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing;
- e. het advies van de toezichthouder ten aanzien van de gevraagde aanwijzing.