Bijlage G Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar: eindtermen boa openbaar vervoer
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Gedragsspecifieke leerdoelen: kennis vaardigheden elementen 1.0 Toezichthouder Aanspreken als toezichthouder Discretionaire bevoegdheid Observatie Weet methode ‘de staan’ te hanteren Verdachte aanspreken/grenzen aangeven Herkennen wanneer boa- vaardigheden moeten worden ingezet Op juiste manier inzetten van de discretionaire bevoegdheid in de praktijk Inschatten observatie, doel, handelen, effect Kent de verschillen van rollen in houding als – Algemeen medewerker OV – Toezichthouder OV – Boa OV Fysieke afstandbepaling Spreekstijl/argumenteren Professionaliteit vs persoonlijke mening Uitoefenen toezicht Kan vaststellen of sprake is van een overtreding Kan reiziger aanspreken vanuit rol toezichthouder Aanpassen aan situatie Taal Houding Stijl Handelen naar afspraak Kan afspraken maken en naar plan handelen 2.0 Staande houden, aanhouden en proces-verbaal Kan als boa proces-verbaal aanzeggen Aanzeggen proces-verbaal Gevolgen aanzeggen Proces-verbaal/ Proces-verbaal gesprek Proces-verbaal uitschrijven Kan alle elementen van het proces verbaal in de praktijk toepassen tijdens het uitschrijven. Kan een verdachte proces verbaal aanzeggen Kan de verdachte op zakelijke en correcte wijze verhoren Staande houden Kan de verdachte in de praktijk staande houden en kent de wettelijke verplichtingen van de verdachte en kan die ook toepassen. Kan de verdachte uitleggen wat staande houden inhoudt in basis en onder druk Kan een verdachte vragen naar zijn persoonsgegevens in basis en onder druk Aanhouden Kan de verdachte in de praktijk aanhouden en kent zijn verplichtingen hierbij in de praktijk. Kan de verdachte uitleggen wat aanhouden inhoudt. In basis en onder druk Gedoogplicht verdachte Kan verdachte behandelen passend op de situatie en is in staat te handelen vanuit de wetenschap dat de verdachte niet hoeft mee te werken aan de eigen veroordeling 3.0 Assertiviteit Assertiviteit Kan de verdachte assertief te woord staan en weet welke gedragshulpmiddelen hem ten dienst zijn. Kan het