Bijlage B Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020: behorende bij artikel 4, onderdeel b
Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020
Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel b: de bevordering van de participatie in de samenleving van onderdanen van een niet-westers derde land en hun naaste verwanten. De subsidie wordt aangevraagd door: Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 februari 2019, 09.00 uur, tot en met 28 februari 2019, 17.00 uur. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel B2, € 8.943.283. In aanvulling op artikel 7 bevat de projectbeschrijving:
- • nationale, regionale of lokale overheidsorganisaties;
- • onderwijs- en onderzoeksinstellingen;
- • opleidingsorganisaties;
- • sociale partners;
- • internationale gouvernementele- en niet-gouvernementele organisaties;
- • niet-gouvernementele organisaties;
- • privaatrechtelijke ondernemingen;
- • publiekrechtelijke ondernemingen.
- 1. Een project heeft tot doel de bevordering van de participatie in de samenleving van onderdanen van een niet-westers derde land en hun naaste verwanten.
- 2. De doelgroep van een project zijn onderdanen van een niet-westers derde land met rechtmatig verblijf:
- a. als bedoeld in artikel 8, onderdelen a, c en l, van de Vreemdelingenwet 2000, die anders dan voor een tijdelijk doel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit inburgering in Nederland is of geestelijk bedienaar is;
- b. als bedoeld in artikel 8, onderdelen b en d, van de Vreemdelingenwet 2000.
- 3. Als niet-westers derde land als bedoeld in het eerste lid worden beschouwd alle landen, met uitzondering van de landen behorend tot de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea en Zwitserland.
- 1. Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
- a. het bevorderen van de oriëntatie op Nederland;
- b. het bevorderen van de participatie op de arbeidsmarkt en toegeleiding naar de arbeidsmarkt;
- c. het bevorderen van de beheersing van de Nederlandse taal;
- d. het bevorderen van de maatschappelijke participatie.
- 2. Activiteiten die rechtstreeks worden uitgevoerd in het kader van inburgering op grond van de Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 of de Rijkswet op het Nederlanderschap komen niet voor subsidie in aanmerking.
- 3. Projecten mogen niet strijdig zijn met het nationaal integratiebeleid.
- a. een beschrijving van de wijze waarop de doelgroep, bedoeld in artikel B4, wordt geactiveerd, en
- b. een beschrijving van de partijen met wie wordt samengewerkt om het project te realiseren of met wie de aanvraag wordt ingediend. Een bewijs hiervan wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
- 1. Een project komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel B4;
- b. de startdatum van het project na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot maximaal een maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ligt en het project voor 1 januari 2022 is afgerond;
- c. de minimale omvang van de subsidiabele kosten in afwijking van artikel 10, onderdeel l, € 200.000 bedraagt;
- d. de maximale omvang van de subsidiabele kosten € 1.000.000 bedraagt.
- 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.