Bijlage A Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020: behorende bij artikel 4, onderdeel a
Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020
Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het behoud en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel. De subsidie wordt aangevraagd door: Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 februari 2019, 09.00 uur, tot en met 28 februari 2019, 17.00 uur.
- • nationale, regionale of lokale overheidsorganisaties;
- • onderwijs- en onderzoeksinstellingen;
- • opleidingsorganisaties;
- • sociale partners;
- • internationale gouvernementele- en niet-gouvernementele organisaties;
- • niet-gouvernementele organisaties;
- • privaatrechtelijke ondernemingen;
- • publiekrechtelijke ondernemingen.
- 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 9.872.970.
- 2. Voor subsidies aan organisaties met een de jure monopoliepositie is van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een bedrag gereserveerd van € 5.923.782.
- 1. Een project heeft tot doel het behouden en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel voor onderdanen van een derde land.
- 2. De doelgroepen van de projecten zijn:
- a. asielzoekers die nog geen definitieve beslissing hebben gekregen op hun asielaanvraag, en
- b. vreemdelingen met een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.
- 1. Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
- a. Het opleiden van medewerkers die betrokken zijn bij het opvang- en asielstelsel;
- b. Het creëren of uitbreiden van opvanglocaties en voorzieningen in de opvang, zodat deze (nog beter) geschikt zijn voor kwetsbare groepen;
- c. Het aanpassen van de opvang en asielprocedure aan (inter)nationale vereisten;
- d. Het inrichten van voldoende flexibele accommodatie voor alle doelgroepen met het oog op fluctuerende instroom;
- e. Het onderzoeken van alternatieven voor vreemdelingenbewaring en het vaker toepassen van alternatieve toezichtsmaatregelen;
- f. Onderzoeken, testen en implementeren van maatregelen gericht op het activeren van asielzoekers in de opvang en het verbeteren van de opvang- en asielprocedure;
- g. Het verbeteren van het welbevinden van asielzoekers;
- h. Nationale samenwerking binnen de vreemdelingenketen versterken, onder andere door het waar nodig aanpassen van IT-systemen om samenwerking te verbeteren;
- i. Internationale samenwerking versterken en uitbouwen door uitwisselingsprogramma's, expertmeetings, workshops en seminars, gericht op het samenwerken en onderhouden en uitbouwen van netwerken op internationaal en in het bijzonder op Europees vlak.
- 2. Projecten mogen niet strijdig zijn met het nationaal asiel- en opvangbeleid.
- 1. Projecten gericht op het opvangstelsel respectievelijk het asielstelsel, worden altijd uitgevoerd in samenwerking met of na afstemming met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers respectievelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Een bewijs hiervan wordt bijgevoegd bij de aanvraag.
- 2. Projecten in de opvang richten zich bij voorkeur op alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen.
- 3. Projecten dragen bij voorkeur bij aan het draagvlak voor asielopvang.
- 1. Een project komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel A4;
- b. de startdatum van het project na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot maximaal een maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening ligt en het project voor 1 januari 2022 is afgerond.
- 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.