Bijlage 2 Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO: bij de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen, van 9 februari 2015, nummer CvTE-15.00617

Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO

Inrichting correctievoorschrift centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo Het correctievoorschrift bestaat uit: Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 3.21 en 3.24 tot en met 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020. Voorts heeft het College voor Toetsen en Examens op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen vastgesteld. Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 3.21 en 3.24 tot en met 3.27 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 van belang: Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de regeling van het College voor Toetsen en Examens van toepassing: Voor het centraal schriftelijk en praktisch examen kunnen vakspecifieke regels worden vastgesteld. Zie hiervoor bijlage 4. Het beoordelingsmodel bestaat uit twee delen: het beoordelingsschema (paragraaf 4.1) en de toelichting bij het beoordelingsschema (paragraaf 4.2). In (de toelichting bij) het beoordelingsschema staan: Zie verder bijlage 4. Het cijfer voor het cspe wordt als volgt verkregen. De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur. De directeur stelt het cijfer voor het cspe vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.