Art. 2 Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing, Bevoegdheden
Uitvoeringsregeling diergezondheidsheffing
1. Met betrekking tot de diergezondheidsheffing gelden de bevoegdheden en verplichtingen van de hierna vermelde, in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen genoemde functionarissen, voor de daarachter genoemde functionarissen:
a. de directeur: de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken;
b. de inspecteur: de inspecteur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
c. de ontvanger: de ontvanger van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
d. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
2. De functionaris, bedoeld in artikel 93a, eerste, vierde en zesde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is de algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
3. Als inspecteur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en als ontvanger van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt aangewezen de algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.